Maandag 09 juli 2007 | Nies Medema
Veel Surinamers zijn opgegroeid met het idee van hun land als paradijs. Ook Hennah Draaibaar. Ze verhuisde naar Nederland toen ze vier jaar was en keerde terug voor een bezoek op haar zeventiende. “Het was alsof ik in een stoel ging zitten die voor mij op maat gemaakt was. Dit is het plekje op de wereld waar ik thuishoor.”
De staatsgreep van 1980 en de decembermoorden van 1982 veranderden Suriname. “Er was angst, wantrouwen en schaarste’. Toen de democratie eind jaren tachtig weer enigszins hersteld was, keerden mensen terug.”
De oorspronkelijke bewoners van Suriname zijn inheemsen (indianen) en de Surinaams-Nederlandse koloniale geschiedenis heeft mensen uit diverse windstreken naar het land gebracht. Slaven uit Afrika, joden uit Brazilië, contractarbeiders kwamen uit Brits India en China en Indonesië. En later Duitse zendelingen, Hollandse boeren, Libanese handelaren en recentelijk ‘nieuwe’ Chinezen uit de Volksrepubliek.
Er zijn vele godshuizen in de hoofdstad en wereldberoemd zijn de synagoge en de moskee, die gebroederlijk naast elkaar staan. Er zijn veel religies en alle feestdagen worden door iedereen samen gevierd. Misschien is de intense beleving van religie hier wel de oorzaak van tolerantie? “Ik ben streng christelijk opgevoed, en ik geloof dat dat wel helpt. Ik heb geleerd dat er verschillen als er zijn, niet alleen in ras, maar ook in inkomen of gezinscultuur, maar dat je altijd respectvol met elkaar omgaat. We zeggen ‘u’ tegen elkaar, meestal zelfs letterlijk. Mensen zijn hier veel beleefder dan in Nederland.”
Foto: Nies Medema
Cynthia McLeod en Henna Draaibaar, Paramaribo, stad van harmonische tegenstellingen, Uitgeverij Conserve 2007