Woensdag 29 augustus 2007 | Redactie Wereldjournalisten
Het onderzoek richtte zich op de gevoeligheid voor radicalisering, dus op de fase die voorafgaat aan radicalisering. Die gevoeligheid wordt bepaald door een orthodox-religieuze invulling van de islam in combinatie met politiek activisme omdat de islam onder vuur ligt. In Amsterdam blijkt 2% van de moslims, 1450 mensen, ontvankelijk te zijn voor radicaal gedachtegoed.
Hoe komt radicalisering tot stand?
Er zijn naast die politieke en religieuze overtuigingen een paar factoren die de kans op radicalisering vergroten. Leeftijd is er een van. Jongeren zijn meer georiënteerd op de Nederlandse samenleving en willen geaccepteerd worden. Bij hen komt uitsluiting harder aan. Andere factoren zijn een groot politiek wantrouwen, zich sterk identificeren met de eigen groep en het gevoel dat je in een sociaal isolement zit. Ze hoeven niet daadwerkelijk in dat isolement te zitten, maar hebben wel dat gevoel. De media kunnen dat gevoel versterken. De discussie is de laatste jaren immers verhard. Die harde taal raakt die mensen die al denken alleen te zijn.
Termen als orthodox, radicaal en extremistisch worden tegenwoordig gebruikt alsof ze voor elkaar inwisselbaar zijn. Wat vindt u daarvan?
Voor mij zit er een duidelijke scheiding tussen die drie begrippen. Orthodox gaat over een religieuze invulling. Radicaal is wanneer je de orthodoxe component combineert met politiek activisme om te komen tot een ideale samenleving. Komt daar geweld bij als legitiem middel om je doel te bereiken, dan heb je het over extremisme. De belangrijkste conclusie uit het onderzoek in Amsterdam, dat vind ik ten minste, is dat orthodoxie niet automatisch leidt tot politiek activisme op het issue islam. Iemand die orthodox is, is of wordt dus niet per se radicaal. Andersom geldt hetzelfde. Als je dit erkent, betekent dat dus dat een relaxte omgang met elkaar in de Nederlandse samenleving moet kunnen!
Kun je voorkomen dat jongeren radicaliseren?
Je kunt dat natuurlijk nooit voor 100% uitsluiten. Maar ik denk dat er een paar belangrijke dingen zijn in de preventieve sfeer. Allereerst moet je het maatschappelijk middenveld inschakelen. Vrijwilligersorganisaties hebben een belangrijke rol in het integratieproces. Door jongeren te organiseren voorkom je dat zij het gevoel krijgen in een sociaal isolement te verkeren. Het is dan niet meer “ik alleen tegen de rest”. Verder zou het debat een andere toon moeten krijgen, genuanceerder, en moet je ervoor zorgen dat jongeren meer vertrouwen krijgen in de Nederlandse politiek.
Maandag presenteerde minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) het Actieplan Polarisatie en Radicalisering. Biedt het concrete handvatten om radicalisering tegen te gaan?
Jammergenoeg bevat het plan geen aanbevelingen op de gebieden die ik net al aangaf. Het zou ook goed zijn als de politiek de hand in eigen boezem steekt en kijkt wat ze zelf kan doen om het vertrouwen van de betreffende jongeren in de Nederlandse politiek te vergroten. Positief in het plan vind ik de nadruk op lokaal niveau, daar moet het gebeuren, en het inschakelen van moskeeën en het onderwijs.