Vrijdag 12 oktober 2007 | Paulien v. Winden Sumter | Reacties: 1
Hoe kan de lokale bevolking van Suriname profiteren van de ontwikkelingshulp uit Nederland? Daarover kwam opperhoofd Aboikoni praten met Nederlandse ontwikkelingsorganisaties. De aanleiding van de bijeenkomst is de watersnoodramp van mei 2006. Ruim een jaar na dato moet er nog veel gebeuren in de binnenlanden van Suriname.
Meer dan 150 bezoekers kwamen naar het ronde-tafelgesprek met de Surinaamse delegatie. De granman benoemde een aantal Marrons die zich in Nederland met de ontwikkelingshulp gaan bezighouden. Wim Reijnierse van de Lions Club Rotterdam-West heeft de bijeenkomst georganiseerd. Met eigen ogen heeft hij gezien hoe nijpend de situatie in de binnenlanden van Suriname is. Reijnierse: "Er is grote armoede. Mensen zijn verstoken van elektriciteit en de schoolgebouwen zijn vervallen."
Volgens Marlou Geurts, programmamedewerker van Cordaid, hebben de Marrons, die leven in de binnenlanden, kritiek op de hulpverlening. Vorig jaar is er veel ingezameld in Nederland. De Marrons vragen zich af waar het geld is gebleven. Geurts: "De gebieden zijn enorm uitgestrekt. Communicatie verloopt moeizaam. We kunnen onmogelijk in elk dorp een school bouwen of een telefoonmast neerzetten. Het probleem is niet alleen geld. Ook het onderwijs en de gezondheidszorg moet op pijl worden gebracht. Daarvoor moeten we de lokale bevolking opleiden."
De hulporganisatie Zeister Zendingsgenootschap meent ook dat er nog veel moet gebeuren. De kostgrondjes zijn verloren gegaan, het toerisme is gestagneerd omdat vakantiekampen zijn weggespoeld en is er nauwelijks medische zorg in de gebieden.
Haseene Bakhtali is in Suriname geboren. Afgelopen zomer ging ze na zevenentwintig jaar weer terug naar haar vaderland. Het viel haar op dat de Surinamers zich nauwelijks druk maken over de watersnoodramp. “Het is daar ieder voor zich, god voor ons allen. Ze hebben weinig vertrouwen in de overheid. De rioleringen zijn verouderd, bij zware regenval komt het water zo naar boven. De mensen zijn laconiek en kopen een auto met four wheel drive. Dan hebben ze minder last van het water op de weg.”
Journalist Roy Ristie bracht vorig jaar als eerste het nieuws over de watersnoodramp naar buiten. Volgens hem hebben de overstromingen geen hoge prioriteit in Suriname. “De een na de andere regering heeft nagelaten iets te doen aan de problemen van wateroverlast. Vorig jaar waren de overstromingen in Zuid-Suriname, dit jaar zijn ze in Noord-Suriname. Wat betreft wateroverlast is Suriname een van de drie kwetsbaarste gebieden ter wereld.” Toch ziet hij ook een lichtpuntje. Ristie: “Recent zijn er wel voorbereidingen getroffen om dijken te bouwen. Ook stimuleert de overheid de mensen om op plekken te gaan wonen die hoger liggen. Zodat ze veilig zijn als het water gaat stijgen.”
Vorig jaar heb ik, namens de fractie van de PvdA in Waalwijk, de motie "Samen voor Suriname" ingediend. Deze motie is,op de fractie van de VVD na, door de raad aangenomen. Ter uitvoering van de motie is contact gelegd met VNG-International. Een aantal gemeenten, verenigd in het Suriname Platform heeft afgesproken activiteiten in het kader van de hulpverlening goed op elkaar af te stemmen en de