Maandag 03 december 2007 | Vamba Sherif
1. Wij Nederlanders staan bekend om onze tolerantie. Ons land was altijd een veilige plek voor vluchtelingen. Wat heeft ertoe geleid dat u zo’n boek als ‘Blacks in the Dutch World’ kon schrijven?
Het begon allemaal in de tweede helft van de jaren zeventig toen ik in aanraking kwam met racisme. Het was een persoonlijke ervaring. Maar mijn echte interesse in hoe de beeldvorming over zwarten in Nederland was, begon pas in de jaren tachtig, toen de Surinamers, na de onafhankelijkheid, massaal naar Nederland migreerden. Hun aanwezigheid wekte mijn nieuwsgierigheid naar de Nederlandse folklore en literatuur om er achter te komen waar de wortels van het Nederlandse beeld over zwarten lagen. Anders gezegd: ik was geïnteresseerd in de ontwikkeling van raciale beeldvorming in het algemeen, omdat ik ervan overtuigd was dat ik alleen de samenstelling van het nieuwe Europa kon begrijpen als ik gebruik ging maken van de geschiedenis.
2. Waren onze ‘Zwarte Piet’ en ‘Negerzoenen’ onderwerpen van discussie in de jaren tachtig?
Ik denk het wel. Het begon een discussie te worden omdat de zwarten, vooral uit Suriname, een opvallende bevolkingsgroep begonnen te vormen in die jaren. Het waren juist deze zwarten die hier een onderwerp van gesprek van gingen maken, omdat ze zich niet herkenden in het beeld van Piet als knecht.
3. Wij hebben ‘Sinterklaas’ en ‘Zwarte Piet’ omdat ze ons vermaken. We verheugen ons op de dagen dat Sint met zijn Pieten vanuit Spanje met de boot naar Nederland komt. Het zijn gelukkige dagen, onze kinderen en wijzelf krijgen er nooit genoeg van. Wat vindt u van deze lieve, onschuldige Piet, die onderdeel is van onze cultuur en waar we trots op zijn?
Uw trots is een doorn in het oog van anderen, die nu deel uitmaken van uw samenleving. Ooit ben ik benaderd door een aantal mensen dat een boek wilde schrijven met de titel: 'Sinterklaas zonder knecht'. Ze vroegen me of ik kon bijdragen. Mijn voorstel was om de Sint en Piet als gelijken te presenteren. Ik wilde Piet niet blijven zien als een grotesk, dom figuur, een knecht van anderen, maar als een symbool van nationale eenheid. Ik was niet de enige. Er kwamen anderen met een voorstel om Piet te presenteren in regenboogkleuren. Maar beide initiatieven kregen, net als mijn voorstel, weinig of geen aandacht. Het stigmatiseren van de zwarten, waaronder het beeld van de Piet als knecht, is zo verankerd in deze cultuur, dat iedere poging om dat te vervangen door een andere model gedoemd is te mislukken. Daar komt nog bij dat een ander element een punt van discussie is geworden: de islam. Dit alles maakt het nog gecompliceerder.
4. Wat zijn volgens u de gevolgen van de aanwezigheid van grote aantallen zwarten in Europa?
Het heeft geleid tot het bijeenkomen van het verleden met het heden. In het verleden hebben Europese landen grote delen van de wereld gekoloniseerd. Toen was de hiërarchie duidelijk: de kolonisator boven de gekoloniseerden. Sommigen van de gekoloniseerden waren moslims, die door christelijk Europa onderworpen werden. Nu komen de ooit koloniseerde volkoren naar Europa, waar ze verwachten gelijk te worden behandeld, omdat gelijke behandeling een democratisch principe is waarop het Westerse regeringsstelsel gebaseerd is. Bij deze samenkomst is de botsing van beelden uit het verleden met het heden onvermijdelijk. Het levert discussies op of leidt zelfs tot heftige reacties aan de ene of de andere kant, en soms aan beide kanten tegelijk. In sommige gevallen leiden deze discussies tot successen: zoals in het geval van die negerzoenen, een naam die in Duitsland en Nederland respectievelijk veranderde in Super Dickmann’s en Buyszoenen. De discussie zou blijven voortduren, omdat de zwarte bevolking, net als andere bevolkingsgroepen van buiten Europa, druk zouden blijven uitoefenen op de rest van de bevolking over hoe ze gepresenteerd willen worden.
5. Rekening houdend met de veranderingen in Nederland, ik doel hiermee op de moord op Fortuyn en Van Gogh, het in brand steken van moskeeën, de haat jegens vreemdelingen en de bijna vijandige houding die we hier tegenover elkaar hebben aangenomen, bent u dan nog optimistisch over de toekomst van zwarten of andere bevolkingsgroepen in Nederland?
Ik ben voorzichtig optimistisch. Als je naar de problemen kijkt in de buitenwijken van Parijs, of hier in Nederland, in de Bijlmer bijvoorbeeld of in andere probleemwijken, dan kun je alleen maar met een conclusie trekken: dat er geen ander alternatief is dan samen te werken. De zwarten of andere bevolkingsgroepen zullen nooit teruggaan, hier ligt hun toekomst. Er is sprake van een grote noodzaak om met elkaar samen te leven. Dat is de enige weg.