Woensdag 12 december 2007 | Patrick Pouw
Het speelt zich nog allemaal af achter de schermen. Ze praten er eigenlijk liever nog niet over. Maar prominenten in de moslimgemeenschap en de liberale joodse gemeenschap werken al maanden samen aan een beweging waarmee ze de ‘anti-religie-stemming’ in Nederland willen tegengaan.
Het gaat hun niet om Geert Wilders, benadrukken ze met klem. Wat dat betreft hebben ze geleerd van de controverse die ontstond toen Doekle Terpstra aankondigde te willen strijden tegen de verWildering van de samenleving. “Het gaat niet om Wilders alleen,” zegt Driss el Boujoufi, voorzitter van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO). “Hij is één van de velen. We moeten hem niet teveel aandacht geven. En bovendien willen wij niet op de man spelen.” Ook voor Driss el Boujoufi is de vrijheid van meningsuiting een groot goed, benadrukt hij. “Wij willen strijden tegen feitelijke onjuistheden. Die willen we corrigeren, zonder daarbij op de man te spelen.”
Het initiatief is nog in een pril stadium, zegt ook Yusuf Altuntas, directeur van Milli Görus Noord-Nederland en een andere prominent die zich aan het initiatief heeft verbonden. “Een handtekeningenactie is een optie. We zouden ook persberichten kunnen gaan versturen. We willen het nog niet aan de grote klok hangen, maar we vinden het wel belangrijk straks een tegengeluid te bieden tegen alle negativiteit in Nederland.”
Daarbij vond hij een gewillig oor bij Harry Polak, prominent lid van de liberale joodse gemeenschap in Amsterdam en voorzitter van de commissie Dialoog in die stad. Ook hij benadrukt dat het initiatief nog in de kinderschoenen staat. “Het is ontstaan na geluiden uit de samenleving dat religie alleen maar verdeeldheid oplevert, terwijl wij hier in Amsterdam elkaar al jaren ontmoeten. De Nederlandse samenleving is seculier, en dat is prima, maar wij willen laten zien dat religies niet per definitie problemen opleveren.”
Polak broedt samen met El Boujoufi en Altuntas op manieren om juist dat te laten zien. “Het is nog niet uitgekristalliseerd, maar we zouden samen opinie-artikelen kunnen schrijven, of bijeenkomsten kunnen organiseren. Tijdens de ramadan krijgen in moskeeën daklozen en zwervers gratis te eten. Wellicht zouden we er samen voor kunnen zorgen dat zoiets het hele jaar gebeurt.”
Polak erkent dat niet iedereen in de joodse gemeenschap zich achter zijn samenwerkingsverband zal scharen. “Ik krijg ook kritiek uit mijn gemeenschap, maar mijn gemeente staat achter mij. Er zijn al bruggen tussen beide gemeenschappen in Nederland. Maar dat betekent niet dat het altijd gemakkelijk gaat. Een paar jaar geleden hebben we in Amsterdam heel vervelende incidenten gezien, waarbij op 4 mei volkomen zonder respect en zonder kennis met het verleden werd omgegaan. Toen zijn er al stappen genomen, die bijvoorbeeld geleid hebben tot een bezoek van Marokkaanse jongeren aan de joodse gemeenschap in Marokko. Ik hoop uiteindelijk dat we met dergelijke initiatieven een grote stap vooruit kunnen zetten. Het is op zijn minst een eye-opener, maar hopelijk kunnen we meer betekenen.”
Foto: Marokkaanse jongeren uit Nederland op bezoek bij joodse gemeenschap in Marokko (H. Polak)