Dinsdag 20 mei 2008 | Redactie Wereldjournalisten
De njai, de inheemse vrouw of concubine van de Europese man in voormalig Nederlands-Indië, stond aan de wieg van de grootste minderheidsgroep in Nederland, de Indische Nederlanders. Er is maar weinig bekend over deze ‘oermoeders’ van de Indische Nederlanders. Vaak weten de eigen nazaten van een njai niet eens van wie zij afstammen.
“Dat heeft te maken met de positie die de njai in Nederlands-Indië innam. Het was in die tijd ‘not done’ om met een inheemse om te gaan. Maar het koloniale beleid werkte het concubinaat wel in de hand. Europese vrouwen mochten bijvoorbeeld in eerste instantie niet naar de tropen overkomen. Tegelijkertijd was het verboden om met een inheemse te trouwen. Er was dus sprake van een onwettig samenlevingsverband. De meeste mannen schaamden zich ervoor en wilden niet gezien worden in gezelschap van hun njai. Ter illustratie: rond 1895 leefden 40.000 van de 60.000 Europese mannen in concubinaat.”, vertelt Baay.
De manier waarop het koloniale bestuur omging met kinderen uit een Indo-Europese relatie was uniek, volgens de samensteller van de tentoonstelling. “Bijzonder aan het concubinaat in Nederlands-Indië was dat kinderen uit een onwettige relatie erkend werden. Formeel werden ze daarmee Nederlander. Daarom konden zij, de Indische Nederlanders, naar Nederland komen nadat Indonesië onafhankelijk was geworden. Een groot verschil bijvoorbeeld met de situatie in Brits-India. Daar kwam het concubinaat ook voor, maar er was een strikte scheiding; kinderen die uit het concubinaat voortkwamen, werden beschouwd als Indiërs en dus niet erkend door de Europese vader.”
Nog steeds blijkt de geschiedenis van de njai een moeilijk bespreekbaar onderwerp voor de oudere generatie Indische Nederlanders. “Tijdens mijn onderzoek bleek dat nazaten nog steeds met gêne over hun voorgeschiedenis praten. Ze zien zichzelf als het resultaat van een samenlevingsvorm die niet mocht, een bastaard”, laat Baay weten. Sommigen van hen gaven anoniem hun verhaal aan hem door.
De auteur wil met zijn boek en tentoonstelling antwoord geven op vragen als wie waren de njais, wat is hun achtergrond, hoe leefden ze. “Het aantal mensen dat nog uit eerste hand kan vertellen over hun njai-moeder of –grootmoeder is nog maar klein. Ik wilde hun levensverhalen vastleggen en inzicht geven in de manier waarop de samenleving destijds functioneerde. Het is voor het eerst dat er zo uitgebreid onderzoek is gedaan naar de njai. Het is een eerbetoon aan de meest onderbelichte en vergeten figuren uit de koloniale geschiedenis.”