Maandag 23 juni 2008 | Patrick Pouw
Het verhaal van de Demka Staalfabriek is exemplarisch voor andere grote Nederlandse werkgevers die vanaf de jaren vijftig werknemers wierven in het buitenland, zegt Marlou Schrover, samen met Judith ten Broeke en Ronald Rommes auteur van het boek ‘Migranten bij de Demka-staalfabrieken’, dat op 29 juni wordt gepresenteerd.
Bij gebrek aan arbeidskracht in eigen land werden buitenlandse werknemers aangetrokken om in de staalfabriek te komen werken. Dat begon al voor de oorlog toen er Duitse werknemers werden geworven. In de jaren vijftig kwamen er Hongaren, Polen, Luxemburgers en opnieuw Duitsers. Later, vanaf de jaren zestig, werden Spanjaarden, Italianen, Joegoslaven, Grieken, Marokkanen en Turken geworven.
Maar al ruim daarvoor werden in fabrieken als Demka arbeiders aangesteld die door de lokale werknemers als zonderlinge vreemdelingen werden gezien, zegt Schrover. "Friezen en Groningers werden echt als anders beschouwd. De eerste Italianen en Spanjaarden die bij Demka kwamen werken, werden heel welwillend ontvangen. Ze gingen mee naar het café, gingen mee voetballen. Na de grote ontslaggolf verscherpten de verhoudingen en werd de sfeer grimmiger – zeker omdat de buitenlandse krachten als tijdelijke werknemers werden beschouwd en dus in dienst konden blijven terwijl anderen werden ontslagen. Toch werd de sfeer nooit echt vervelend of naar."
Mede-auteur Judith ten Broeke sprak met oud-werknemers van het bedrijf, dat in 1983 failliet ging. "Begin jaren zestig was één op de vijf werknemers een migrant, aan het eind was de helft uit het buitenland afkomstig. Voor velen van hen was het één groot avontuur om in Nederland te gaan werken. Er was heimwee, maar ze keken ook graag naar Nederlandse vrouwen. Veel van die eerste migranten zijn met een Nederlandse getrouwd. Ze wonen hier nog steeds en kijken met plezier terug op hun werk. Op de werkvloer was het wennen, maar ze werden in veel gevallen echt geadopteerd door hun Nederlandse collega’s. Dan werden woordjes geschreven in het zand om elkaar iets duidelijk te maken."
Ook het management van de fabriek deed, samen met particuliere organisaties, goedbedoelde pogingen om het de buitenlandse werknemers naar de zin te maken, zegt Marlou Schover. "In de jaren zeventig werd een zaal afgehuurd voor vierhonderd man, zodat de moslims onder de arbeiders het einde van de Ramadan konden vieren. Kwam er één Marokkaan opdagen, die uitlegde dat de Ramadan al een dag eerder was afgelopen."
Ook op andere vlakken zorgden goedbedoelde initiatieven juist voor een scheiding tussen Nederlanders en hun buitenlandse collega’s, stelt Schover. "Bij de opvang van migranten werden al die nationaliteiten op hun Spanjaard-zijn of Italiaan-zijn aangesproken. Ze kregen allemaal ondergebracht in eigen casa’s, zoals Marokkanen die later ook kregen. Bedrijven hadden destijds vaak een belangrijke rol in het sociale leven van hun arbeiders. Een fabriek had een harmonie, of een voetbalvereniging. Het was goed geweest als ze migranten daarbij betrokken hadden. Gewoon een Spanjaard die van muziek houdt bij de harmonie halen. Dat gebeurde niet. De wortel van de hele integratieproblematiek ligt daar – het is niet de enige reden, maar wel de wortel."
Het boek over de Demka-fabriek is dan ook meer dan alleen historisch interessant. Het gaat ook over het hier en nu, zegt Judith ten Broeke. "Alle thema’s die destijds speelden zie je ook nu weer terugkomen bij de komst van arbeiders uit Oost-Europa. Je ziet dezelfde rol van huisjesmelkers, je ziet buitenlandse arbeiders weer slecht betaald worden en veel uren maken. Wat dat betreft is er in veertig jaar weinig veranderd."
Alle reden dus voor veel aandacht voor door het Utrechts archief gecoördineerde activiteiten, vinden Schrover en Ten Broeke. Het Utrechtse debatcentrum Tumult haakt er op in met een reeks debatten op verschillende locaties in de stad. Tumult gaat tijdens die debatten in op de geschiedenis van Demka, verteld door ex-werknemers zelf. Door voormalige gastarbeiders op de debatavonden als individu centraal te stellen, hoopt Tumult, vijfentwintig jaar na sluiting van de fabriek waar ze hun brood verdienden, een begin te maken met een echte kennismaking.
Op 29 juni staat ook een groot deel van de Culturele Zondag in het teken van Demka. De activiteiten concentreren zich in het Antje Dijver Paviljoen in het Utrechtse Julianapark. Te zien is onder meer de multidisciplinaire productie MoerStaal! van Sevil Aydin, die in samenwerking met hiphopcollectief Habek in urban monologen de verhalen vertellen van Demka-medewerkers.
Foto: Utrechts Archief