Vrijdag 26 juni 2009 | Dominique Snip
Keti Koti betekent feest voor veel Surinamers. Tot in de vroege uurtjes wordt met muziek, drank en eten stilgestaan bij de afschaffing van de slavernij. Het is de dag waarop men zich in traditionele Surinaamse kledij hult en terugdenkt aan de bittere tijden. Ze proosten met djogo (bier) en djindja biri (gemberbier) op het zoete gevoel dat de verbroken ketenen, nu 146 jaar geleden, hebben gebracht. Maar wie de geschiedenis induikt, ziet dat eerdere gevoelens van pijn, teleurstelling en boosheid overheersten. De slaven waren op 1 juli 1863 nog niet helemaal vrij zoals velen denken. Ze werden voor een periode van tien jaar onder staatstoezicht geplaatst. Thea Doelwijt vertolkt die gevoelens van onvrede in ‘Na Bigi Du’, een Surinaamse volksopera, die nu in verscheidene theaters is te zien. Doelwijt heeft zich laten inspireren door haar overgrootmoeder ‘Misi Bethania’. Die weigerde, zoals de kerk haar opdroeg, in het huwelijk te treden, omdat ze dit ervoer als een andere vorm van slavernij. “Wi are not free, we are still slaves, tin yari un mu wroko- tien jaar moeten wij doorwerken”, luidt één van de liederen in Na Bigi Du.
Zelf viert Doelwijt Keti Koti wel. “Vroeger, in Suriname, ging ik nachten dansen”. Ze begrijpt waarom sommige Surinamers Keti Koti niet vieren. “Suriname was één van de laatste landen waar de slavernij werd afgeschaft. Er waren toen een heleboel stromingen in de wereld die vonden dat je geen slaven mocht hebben”, aldus Doelwijt. Dat sommigen zich distantiëren van dit feest houdt haar bezig. Maar ze vindt dat ‘men zelf moet bepalen hoe men verder gaat’.
Janine van Throo is één van de Surinamers die Keti Koti niet viert. Ze voert verschillende redenen aan voor haar keuze. “Als afstammeling van de marrons (weggelopen en gevluchte slaven die na hun vlucht kleine gemeenschappen vormden in het binnenland) vind ik dat ik niet hoef mee te doen. Ook kan ik me niet herinneren dat mijn familie het ooit heeft gevierd. We zijn immers nooit slaaf geweest”, aldus van Throo.
Ze vindt dat Surinamers goed bij zichzelf te rade moeten gaan.
Ze neemt geen blad voor de mond en betoogt dat veel van haar landgenoten zich nog steeds als slaaf gedraagt. “Waar ik mij erg aan stoor is dat men vaak is geneigd in de slachtofferrol te kruipen. Ze grijpen de slavernij te veel aan als oorzaak van hun ellende in plaats van de eigen verantwoordelijkheid te nemen". Het verleggen van die verantwoordelijkheid heeft volgens haar niets te maken met vierhonderd jaar slavernij. “Andere groepen zijn ook slaaf geweest. Ik merk niet dat hun afstammelingen ergens last van hebben”.
Van Throo is op de hoogte van de optocht die Stanley van Kallen - directeur van Radio Stanvaste in Rotterdam - in het kader van Keti Koti organiseert. “Ik wil graag weten wat de toegevoegde waarde is van de optocht. Wat levert het de mensen op die eraan meedoen?”, vraagt van Throo.
Verder benadrukt hij dat men even stil moet staan bij wat er op 1 juli 1863 is gebeurd. “Dat de slaven nog 10 jaar door moesten werken moeten we maar op de koop toe nemen. Willen de niet-vierders nu zeggen dat het beter was dat we geketend bleven? Nu ze vrij zijn hebben ze een grote mond. Of de slavernij nu om economische of humanitaire redenen is afgeschaft doet niets af aan onze vrijheid”.
Van Kallen laat weten dat hij zich zou schamen als hij een marron was en zijn familie die op de plantages waren achtergebleven niet zou steunen. ”Hun verkregen vrijheid, op welke manier dan ook, is ook mijn vrijheid. Na wang boto dja wi kon lek srafoe, één boot heeft ons allemaal als slaven naar Suriname gebracht”. Verder zegt hij dat het de slavernij is die families uit elkaar heeft gerukt en dat degenen die tot 1 juli slaaf zijn geweest hem het recht geven deze dag te herdenken en te vieren.
Voor meer informatie over activiteiten en optochten bezoek:
www.ketikotiamsterdam.nl,
www.radiostanvaste.nl,
www.ketikotidenhaag.nl.
Voor informatie over ‘Na Bigi Du’ bezoek:
www.trcpromotion.nl