Maandag 07 september 2009 | Redactie Wereldjournalisten
Het idee om moslimvrouwen te organiseren is ontstaan toen Visser als ambtenaar bij het ministerie van Justitie onder Rita Verdonk werkte. Verdonk wilde sommige onderwerpen met moslimvrouwen bespreken en Visser stelde toen voor een nieuwe organisatie van moslimvrouwen te faciliteren. Die is uiteindelijk niet van de grond gekomen. Visser sluit niet uit dat dit vanwege de vragensteller i.c. minister Verdonk was. ‘Het zou kunnen dat dit niet gelukt is omdat de vraag van minister Verdonk kwam. Zij was niet populair onder allochtonen.
Status en doel
Visser vertrok bij Justitie en kwam bij Islam en Burgerschap terecht. Daar probeerde ze zelf het idee nieuw leven in te blazen en organiseerde daartoe samen met Nora Asrami, die daar toen ook werkzaam was, een aantal bijeenkomsten met vrouwen en vrouwenorganisaties.
Deze vrouwen bleken geen behoefte te hebben aan een nieuwe organisatie, omdat er al genoeg organisaties zijn, vertelt Visser. Daarnaast wilden ze geen stichting of vereniging omdat ze zien dat bij veel mannenorganisaties de status van bestuurslid belangrijker is dan het doel van de organisatie. Maar ze hadden wel behoefte aan uitwisseling van expertise. Visser stelde toen een netwerk voor. Visser: 'Wij zijn dan ook nadrukkelijk een netwerk. Wij werken niet met lidmaatschappen.’ Toen Islam en Burgerschap werd opgeheven is Visser in haar eigen tijd het netwerk gaan op zetten met hulp van zes actieve vrouwen, waaronder Nora Asrami.
Tegengeluid
Nora Asrami is vanaf het begin betrokken bij de oprichting van LIVN. Zij is nu trekker van de werkgroep ‘moslimvrouwen en carrière’ binnen de LIVN. Het idee van LIVN vulde een lacune: ‘Er bestaan verschillende moslimvrouwenorganisaties, maar die zijn meestal alleen op lokaal niveau actief. Ze kennen de andere vrouwenorganisaties niet en kunnen zodoende niet van elkaar leren.’ Het LIVN moet als platform fungeren waarin islamitische vrouwenorganisaties elkaar kunnen vinden, informatie kunnen uitwisselen over bepaalde onderwerpen en expertise kunnen delen. Asrami: ‘Wij moeten laten zien dat wij uit eigen kracht kunnen spreken en het niet overlaten aan anderen die zo maar over ons uitspraken doen. In het debat over moslimvrouwen mist ons krachtig tegengeluid.’
Taboe
LIVN weet steeds meer vrouwen te bereiken, zegt Asrami. De kracht van het netwerk is dat het vraaggestuurd werkt. Tijdens een netwerkbijeenkomst afgelopen maart, zijn de onderwerpen naar voren gekomen waarover de vrouwen zich in een werkgroep verder over willen buigen. ‘Een onderwerp als eergerelateerd geweld, dat vooral voorkomt in de Turkse cultuur, is een taboe.
Een project om dit tegen te gaan moet vanuit de groep zelf komen. Er was een studente die ermee aan de slag wilde omdat ze haar scriptie erover ging schrijven. We hebben haar in contact gebracht met SMN (Stichting Samenwerkende Marokkaanse Nederlanders, red.), dat een project op dit terrein heeft. Door de samenwerking met andere organisaties tillen we het onderwerp naar een hoger niveau.’
Overvragen
Visser draait nu een aantal jaren mee in de wereld van inburgering, integratie en emancipatie, en soms kan ze een ergernis over sommige beleidsmakers niet onderdrukken. ‘Ze willen wel van alles op het gebied van emancipatie en inburgering. Ze moeten meedoen, maar tegelijkertijd wordt er niet gezien dat vrouwen al veel vrijwilligerswerk doen.’
Ook moskeeorganisaties worden vaak gevraagd om een bijdrage te leveren aan de integratieagenda, maar ‘aan hun activiteiten op dit terrein worden dan tegelijkertijd zoveel eisen gesteld dat je je afvraagt wat wil je nu eigenlijk? Het is veel vragen, weinig aanbieden.’ Beleidsmakers vergeten dat het om vrijwilligers gaat, en niet om professionals, zegt Visser.
Lijn Cohen
Visser vindt verder dat er te benauwd wordt omgegaan met de scheiding tussen kerk en staat wanneer het gaat om het subsidiëren van activiteiten van moskeeorganisaties. ‘Natuurlijk mag je geen kerkdienst financieren, maar integratie- activiteiten zijn niet religieus. Het gaat om de angst van subsidiegevers. Ik volg wat dat betreft de lijn Cohen: je moet kijken naar het resultaat. Een straatcoach geeft misschien een vrouw geen hand, maar als de overlast vermindert, daar gaat het toch om? We willen toch iets in de buurt bereiken?’
Tijd en financiën LIVN beschikt nu over een bestand van 115 organisaties en meer dan 300 vrouwen. De ambities zijn hoog van zowel Visser als Asrami, alleen ontbreken voldoende tijd en de financiën. Beiden hebben nog een baan naast hun vrijwilligerswerk voor LIVN. Asrami is toch wel 2 dagen per week op pad voor LIVN en Visser is vaak wel 3 of 4 uur per dag kwijt aan het LIVN.
Visser: ‘Wij zoeken nu subsidies om een professioneel databestand op te zetten. De site moet een interactieve plek zijn, waar anderen hun expertise ook kwijt kunnen, waar ideeën ontstaan of waar men elkaar kan vinden. Bijvoorbeeld als iemand een artikel wil schrijven of informatie zoekt.’
Waar halen ze de energie vandaan? Asrami: ‘ Wij willen laten zien dat er meer moslima’s als Fatima Elatik zijn, die dezelfde power hebben. Wij willen zelf het woord voeren.’ Visser: ‘Ik put energie uit de vele vrouwen die zich inzetten in hun vrije tijd, zonder geld of middelen. Dat geeft inspiratie!’
‘Het is cultuur, geloof ik’
Vrouwenbesnijdenis, boerka’s, eerwraak, uithuwelijking, wel of geen handen geven: het zijn onderwerpen waar in Nederland veel maatschappelijke onrust over bestaat.