Donderdag 15 oktober 2009 | Redactie Wereldjournalisten
Het onderzoeksbureau O+S keek onder meer naar woonsituatie, beroepsbevolking, geestelijke gezondheid, tevredenheid met het Amsterdamse bestuur en naar de verbondenheid van allochtone Amsterdammers met hun stad. Als basis voor hun onderzoek gebruikten de onderzoekers cijfers uit 2007 en 2008 en voor het onderwerp geestelijke gezondheid baseerde het bureau zich op cijfers uit 2003.
Een opvallend cijfer uit het detailonderzoek bleek de teruggang van gemengde vriendschapsbanden bij met name de Turkse Amsterdammers. In 2004 had 63% van de Turkse Amsterdammers nog een gemengde vriendengroep, in 2007 was dit percentage gezakt naar 44%. De daling bij Surinaamse en Marokkaanse Amsterdammers bedroeg respectievelijk 15 (was 70%) en 10% (was 62%).
Marokkanen voelen zich met 52% het meest gediscrimineerd, maar ze worden op de voet gevolgd door de Turken met 49%, tegen 38% van de Surinamers. Marokkanen voelen zich vooral gediscrimineerd door de media.
Turkse vrouwen bleken veel meer bij de de GGZ (54 op de 1000) aan te kloppen dan de Marokkaanse en Surinaamse vrouwen (voor beide groepen 40 op de 1000).
De werkloosheid is onder Marokkaanse Amsterdammers het grootst met 20% (6449 mensen), gevolgd door Turkse Amsterdammers met 15% (4356 mensen) en bij Surinaamse Amsterdammers ligt de werkloosheid op 12% (3830 mensen). Het merendeel van de werkloze Turkse en Marokkaanse Amsterdammers heeft slechts basisonderwijs genoten.
De meeste Amsterdammers zijn in loondienst, slechts 13% heeft een eigen bedrijf. In 2006 telde Amsterdam 67.000 ondernemers. Eén op de drie ondernemers is buiten Nederland geboren. De Turken zijn binnen de niet-westerse groep het actiefst als ondernemer.
Surinaamse Amsterdammers bezitten het vaakst een koophuis: 18%, gevolgd door de Turkse groep met 16% en de Marokkaanse groep met 6%.
De Surinaamse Amsterdammers blijken zich van de twee migrantengroepen het meest verbonden te voelen met de stad: 87%, gevolgd door de Marokkaanse Amsterdammers met 82%. De Turkse Amsterdammers zijn de hekkensluiters met 78%. Gekeken werd door O+S bovendien naar de verbondenheid met de bewoners zélf van de hoofdstad en die percentages vielen lager uit. Met 68% voelden de Surinaamse en Turkse groep zich het meest verbonden met de inwoners, gevolgd door de Marokkaanse groep met 64%. Bij autochtonen liggen beide percentages hoger op respectievlijk 91 en 76%.
Klik opTulpia-onderzoek voor meer info over het onderzoek.