Donderdag 22 oktober 2009 | Lena Sangin
Fatima is een goede vriendin van mij, maar ze snapt er niets van als het om integratie gaat.
Het begon met iets kleins, met haar hoofddoek. Vroeger lette ik daar niet op, het hinderde mij noch anderen. Nu, god zij dank, dankzij meneer Wilders en onze avant-garde media ben ik wakker geschud. Ze wil haar hoofddoek niet afdoen, hoewel ik haar toch al 2 jaar uitleg dat dit kledingsstukje een fascistisch symbool is. Dat als ze haar hoofddoek draagt, ze onmiddellijk een slachtoffer wordt van achterstand, onderdrukking, slavernij, nederigheid enzovoort. Maar ze lacht om mijn scherpe argumenten en kijkt me aan alsof ik haar niet van dit afschuwelijk nationalistisch, religieus en traditioneel kledingstuk wil verlossen, maar alsof ze mij van een besmettelijke ziekte wil redden. Ze blijft lief tegen mij. Vriendelijk en zo zorgzaam dat ik in de war raak.
Ze vraagt me of ik weet wat integratie is. Mij! Alsof ze niet ziet hoe geïntegreerd ik ben. Ik verf mijn donkere haar, ik heb overal waar mogelijk piercings. Ik ga bijna elke dag uit met mijn Nederlandse vrienden. Ik volg die domme achterlijke culturele migrantentradities niet zoals bescheiden zijn, ouderen respecteren en voor hen zorgen, je familie, naasten, buren altijd helpen tijdens verdriet en rouw, ze ondersteunen… Als ik naar haar zou luisteren, zou ik mijn eigen leven aan anderen opdragen! Kom op man! Ik ben niet gek. We zijn nu eenmaal in Nederland en moeten integreren. Nederland is een vrij en tolerant land. Je kunt hier van alles doen; roken, drinken, abortus plegen.
Maar Fatima is beperkt. Ze wil bijvoorbeeld geen relaties met mannen onderhouden tot aan het trouwen. Ze gaat niet naar gemengde sauna’s, ze bezoekt nooit party’s en ze wordt nooit boos. Alsof ze niet 23 maar 103 jaar oud is. ' Ik heb nog zo veel te doen,' zegt ze. Wat is 'veel' is de vraag? Haar stomme studie. Een studie over belachelijke mantelzorg in plaats van dat ze leeft en integreert. Wat heb je te zoeken tussen gerimpelde, halfdode ouderen in vervelende bejaardenhuizen, vraag ik haar? En ze wil ook nog naar de universiteit om zich verder te ontwikkelen. .jpg)
Het is zo irritant om te zien hoe ze met die oude mensen omgaat. Ze maakt grapjes met ze, duwt hun roelstoelen en gaat zelfs met ze wandelen. God, alsof ze in haar lijf in plaats van een hart een steen heeft. En ze helpt oude mannen en vrouwen om te leren lezen en schrijven. Storm en donder! Waar is het nodig voor; computerlessen voor die stervenden?
Wat ik helemaal dom van haar vind is dat ze met al haar grillen nog pleit voor de rechten van vrouwen met boerka, sluier, kortom voor hen die slachtoffer zijn van allerlei geweld, onderdrukking en andere slechte zaken. Wat kan het je schelen, vraag ik, wat die zielige vrouwtjes overkomen? Je moet jezelf in de samenleving integreren. Je moet leven, vrij zijn. Je hebt recht op het maken van je eigen keuze, daarom: kies onze keuze. Doe je hoofddoek maar af, word een volwaardig lid van onze maatschappij!
Je lacht je dood als je ziet hoe verlegen ze wordt als zij na 11 uur ’s avonds de nachtprogramma’s op de televisie ziet. Om je te bescheuren! Een reuzemop! Al mijn pogingen om haar uit te leggen dat dit bij ons moderne
leven hoort, blijven resultaatloos. Ze begrijpt gewoon niet hoe vrij een vrouw moet zijn; zonder boeien, geëmancipeerd, zelfstandig. Nee, want Fatima is als een dik touw verbonden met haar ouders. Daarom integreert ze niet. Ze is echt een saai type geworden: denkt alleen maar aan haar studie, haar werk en mensen. Ze is een verloren ziel. Want ondanks haar 23 jaar heeft zij geen piercings, geen tattoo.
Maar ik weet waar haar vreemd gedrag vandaan komt: ze is besmet! Besmet door haar cultuur, door haar religie, haar geloof. Dat is nog erger dan de Mexicaanse griep! Omdat ik een voorstander ben van democratie en de vrijheid van meningsuiting, vertelde ik dit aan Fatima. Ik liet haar zelfs eens de DVD’s met de opnames van meneer Wilders zien. Als iemand haar kan overtuigen dan is hij het wel. Maar weet je hoe ze hierop reageerde? Ze keek naar mij met haar rustige blik, glimlachte en zei: ‘Je lijkt op een hondje dat blaft tegen iedere kamelenkaravaan die voorbijkomt. Maar, mijn lief vriendinnetje, vergeet niet: de hond blaft, maar de karavaan gaat door.'