Donderdag 26 november 2009 | Redactie Wereldjournalisten
Die eenzijdige benadering leidt tot eenzijdig onderzoek gericht op radicalisering en criminaliteit, zegt Sunnier. Onderzoekers zouden niet blindelings deze beleidsprioriteiten moeten volgen. Sunnier stelt dan ook: Islamonderzoeker, trek je eigen plan!
Het islamonderzoek kan beter en wel specifiek op de volgende 3 gebieden, zegt Sunnier.
Ten eerste moet het onderzoek naar de islambeleving onder jongeren zich niet beperken tot radicalisering en aanpassingsproblemen, maar alle vormen van religiositeit in het onderzoek betrekken. Immers de meeste jongeren zijn geboren en getogen in Europa. Dit moet het vertrekpunt zijn voor onderzoek naar hun islambeleving.
Ten tweede moet het onderzoek naar het dagelijkse leven in wijken en de manier waarop moslims hun geloof inpassen in dat leven veel meer aandacht krijgen. Oude wijken staan vaak synoniem voor vergaarbakken van problemen. Dat levert een sterk vertekend beeld op van de realiteit.
Islamitisch leiderschap
Tot slot moet er onderzoek gedaan worden naar islamitisch leiderschap. Aan de ene kant wordt aan islamitische leiders en geestelijken een enorme invloed op moslims toegeschreven en worden ze ingezet om een keur aan problemen op te lossen. Aan de andere kant worden hun activiteiten en denkbeelden juist met argusogen bekeken en probeert men hun invloed in te dammen. Systematisch onderzoek naar islamitisch leiderschap levert een genuanceerder beeld op en geeft inzicht in de relatie tussen leiderschap en gewone moslims.
‘Domesticering van de islam’
De oorsprong van het integratiebeleid ligt in de jaren tachtig van de vorige eeuw en was erop gericht nieuwkomers, waarvan een groot aantal een islamitische achtergrond had, in te passen in de ontvangende samenlevingen. In de laatste 10 jaar heeft het beleid echter, als gevolg van de aanslagen in Amerika en
Europa en de problemen in wijken van verschillende Europese steden, zich toegespitst op criminaliteit- en radicaliseringpreventie, veiligheid, en een grotere controle op het doen en laten van moslims.
Europese staten streven ernaar de islam te beteugelen en aan te passen aan nationale omstandigheden. Deze ‘domesticering van de islam’, zoals Sunnier het noemt, is een beleidsprioriteit geworden in vrijwel alle landen van Europa.
'Migrantenreligie'
Landen moeten omgaan met de groeiende culturele en religieuze diversiteit vanwege de aanwezigheid van moslims. Een belangrijk deel van het onderzoek heeft zich daardoor gericht op de vraag hoe overheden daarmee moeten omgaan en tot welke fricties de aanwezigheid van moslims kan leiden.
In het meeste onderzoek worden moslims automatisch gelijkgeschakeld met migranten en wordt de islam nog steeds beschouwd als een 'migrantenreligie'. Radicalisering onder jonge moslims, confrontaties tussen bewoners in wijken en tal van andere kwesties worden primair beschouwd als integratieproblemen. Integratie heeft zich aldus van een beleidsdoelstelling tot een denkkader ontwikkeld dat de onderzoekers stuurt. Dit leidt tot wetenschappelijke blikvernauwing.
Vertekend beeld
Het gevolg van deze wetenschappelijke blikvernauwing is dat belangrijke vragen over de islam in Europa blijven liggen of te weinig aandacht krijgen. Door het onderzoek te concentreren op een relatief klein aantal probleemsituaties, blijft verreweg de grootste groep moslims doorgaans buiten het zicht van het onderzoek.
Eenzijdig probleemonderzoek levert een sterk vertekend beeld op over wat zich onder moslims afspeelt en reduceert hen tot willoze slachtoffers, aldus Sunnier. Als gevolg daarvan krijgen de ontwikkeling van de islam in Europa en de ervaringen van gewone moslims niet de aandacht van onderzoekers die zij verdienen. Dit is uiteindelijk ook niet gunstig voor de effectiviteit van het beleid komt Sunnier tot de conclusie.
Thijl Sunnier spreekt vrijdag zijn inaugurele rede uit bij de aanvaarding van zijn hoogleraarschap 'Islam in Europa' aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.