Maandag 04 januari 2010 | Redactie Wereldjournalisten | Reacties: 3
Zwaar teleurstellend, zo noemt Fethi Killi, waarnemend secretaris van de Stichting Moslimomroep (SMO), het besluit van het Commissariaat voor de Media om de zendtijdmachtiging aan de Stichting Moslim Omroep Nederland (SMON) toe te kennen. Het was Killi, voorzitter van Hak-der, een (Turkse) alevitische, liberale stroming binnen de islam, die begin februari van vorig jaar de telefoon pakte om samenwerking te zoeken met andere moslimorganisaties om tot een gezamenlijke aanvraag te komen. De alevieten vielen in het verleden zowel bij de NIO als de NMO buiten de boot omdat deze moslimomroepen de alevieten niet erkennen als moslims. Killi wilde dit niet een derde keer laten gebeuren, dus nam hij zelf het initiatief. Vele gesprekken volgden na het eerste telefoontje, met als uitkomst dat 18 organisaties, waarvan 13 koepelorganisaties en 8 adhesiebetuigingen, samen goed voor ongeveer 500 organisaties van shiitisch, soennitisch, ahmadiyya en alevitisch signatuur, de gang naar de notaris maakten om een akte te ondertekenen waarin ze verklaarden elkaars geloof te respecteren. Killi: ‘Een dergelijke samenwerking tussen 4 moslimstromingen is nooit eerder vertoond in Nederland en naar het schijnt zelfs niet in de wereld. Als dit niet polderen is dan weet ik het niet meer’. Met de laatste zin verwijst Killi fijntjes naar een uitspraak die prof. dr. Jan van Cuilenberg, commissaris bij het Commissariaat voor de Media, deed in de Spreekbuis in het artikel ‘Binnen de islamitische gemeenschap moet men het polderen nog leren.’
Goed bestuur
Het is wrang dat juist de breed gezochte samenwerking van SMO mede een reden voor het Commissariaat is de SMO-aanvraag af te wijzen. Goed en transparant bestuur en de integriteit van de omroep is namelijk een tweede uitgangspunt voor toekenning van de zendtijd. De SMO wordt in het besluit van het Commissariaat gerelateerd aan het beruchte verleden van bestuursleden van de NMO, de NIO en later de SVIZ, zeker wanneer het gaat over de verhouding tussen bestuur en de directie. Onder de SMO-leden bevinden zich namelijk oud-SVIZ-bestuurders. Het SVIZ-bestuur, dat de zendmachtiging van de NMO en NIO de laatste jaren beheerde, muntte evenmin uit in constructieve samenwerking niet met de directie noch onderling. De interne strijd leidde uiteindelijk zelfs tot beëindiging van de zendmachtiging voor de NMO en NIO. De directeur moet inhoudelijk onafhankelijk van het bestuur en de achterban van de organisaties kunnen opereren, stelt het Commissariaat en het ziet dit proces het best gewaarborgd binnen de organisatiestructuur van de SMON. Het Commissariaat vreest bij de SMO herhaling van dezelfde interne conflicten, niet alleen omdat er zoveel partijen bij de SMO zijn betrokken, maar ook omdat een aantal van dezelfde ‘oude’ partijen belanghebbend zijn. (Impliciet wordt hiermee gedoeld op oud-bestuursleden Bouyafa en Kharioun. Over de eerste verscheen in de week van de beslissing in de Volkskrant een artikel waarin Bouyafa gelinkt werd aan een fundamentalistische organisatie.) Een onterechte aanname, aldus Killi, want juist met het oog op het beladen verleden zijn uitdrukkelijk voormalige SVIZ/NMO/NIO-bestuurders uitgesloten als toekomstig bestuurslid en dat is ook aangegeven in de aanvraag. ‘Bovendien', merkt Killi op,'zijn 2 van de 4 organisaties binnen de SMON ook betrokken geweest bij de oude moslimomroepen.’
De organisatiestructuur van de SMO is verder gebaseerd op die van de regionale omroepen als omroep Fryslan en omroep Brabant, waarin onder meer de inhoudelijke onafhankelijkheid van de directeur en de programmamakers gewaarborgd is. Als het Commissariaat voor deze omroepen geen bezwaar ziet qua organisatie waarom dan wel bij de SMO, vraagt men zich bij de SMO af.
Traditioneel
Behalve dat het Commissariaat interne strubbelingen vreesde binnen de SMO, wordt de SMO in de beslissing van het Commissariaat ook omschreven als een organisatie van ‘meer traditionele religieuze organisaties van de eerste generatie moslims’. Killi bestrijdt dit ten stelligste. ‘Het is juist de SMON die traditioneel is. Onder de SMON valt namelijk ook een Surinaams-Pakistaanse moslimorganisatie die eerder naar Pakistan kijkt voor hun geloof dan naar Nederland. Cheppih van de SAI (Stichting Academica Islamica, die zich aansloot bij de SMON, red.) zelf stelt dat er maar één islam is en dat is conform de wahabistische theologie zoals gepredikt in Saoedi-Arabië. Dit heeft hij meerdere keren gezegd en ook tegen mij toen ik samenwerking met hem zocht. In zijn zienswijze zijn alevieten geen moslims.’
Ook de aanname dat de SMO vooral de oude garde moslims vertegenwoordigt, is een onjuiste, zegt Killi. Het Commissariaat verwijst naar de SAI als organisatie die wél de tweede en derde generatie moslims zou bereiken. Killi: ‘Behalve dat het bereik van jongeren opeens als nieuw criterium in het besluit opdook, is het ook niet waar. Kijk alleen maar al naar de leden van Hak-der, de meeste zijn jongeren. Als ons ernaar gevraagd was tijdens de hoorzittingen om onze aanvraag toe te lichten, hadden we hierop kunnen antwoorden.’ De Commissie heeft zich laten verblinden door de 150.000, jonge, soennitische benadrukt Killi, bezoekers die Maroc.nl, (die het SMON-initiatief op de website steunde, red.) trekt. ‘Maar Turkse moslims en alevieten bijvoorbeeld zullen nooit Maroc.nl bezoeken. En ik vraag mij af zijn webbezoekers een wettig criterium? Daar zou ik de rechter weleens over willen horen.’
Representativiteit
Hoewel het Commissariaat zegt niet te willen tornen aan de scheiding tussen kerk en staat en zich niet te willen mengen in discussies over de stromingen binnen de islam, lijkt het Commissariaat wel op een koord te balanceren wanneer het zich uitlaat over een ander uitgangspunt van het art. 2.42-beleid namelijk die van de representativiteit van de aanvragers. Het Commissariaat erkent de grote verscheidenheid binnen de islam qua geloof, cultuur en etniciteit, maar trekt de representativiteit van religieuze organisaties als de moskee in twijfel. Sommige moskeeën zijn ‘niet meer dan “gebedsruimte”
zonder vaste imam of bestuur’ en er zou amper sprake zijn van lidmaatschap. Ook wordt de stichtingsvorm, een rechtspositionele vorm zonder leden, van veel moskeeorganisaties aangehaald. Bovendien zouden de in Nederland geboren moslims minder binding hebben met de moskee, of met het land van herkomst of de (sub-)stroming waartoe hun ouders behoren. Het Commissariaat schrijft in zijn besluit dat het daarom ‘niet, althans niet goed, objectief is vast te stellen wie van de twee (SMO of SMON, red.) qua omvang van de daadwerkelijke achterban de grootste is.’
Killi die zegt met de SMO circa 600.000 moslims te vertegenwoordigen, stelt zijn vraagtekens bij de uitlatingen van het Commissariaat. Tijdens de hoorzittingen die vooraf gingen aan het oordeel van het Commissariaat, viel het niet alleen Killi maar ook de aangetrokken externe media-adviseur op dat er weinig kennis bestond bij het Commissariaat over moslimgroeperingen. Zo vroeg Van Cuilenberg aan Killi hoeveel moskeeën de alevieten hebben. Alevieten zijn echter vrijzinnige moslims die op individueel niveau de islam beleven en dus ook geen moskee hebben.
Soennitische organisatie
‘Meerdere malen is ons gezegd dat een brede representativiteit belangrijk was voor de toewijzing. Hoe kan het dat 18 organisaties met de 4 belangrijke moslimstromingenen en 11 verschillende etniciteiten, het aflegt tegen 4, vooral kleine, Marokkaanse, organisaties en alle van soennitische denominatie?’ Het is een besluit gebaseerd op subjectieve waarnemingen, beantwoordt Killi zelf de vraag. ‘Ik vraag mij sterk af of een rechter 500 organisaties (de achterban van de 18 SMO-organisaties, red.) met 4 hoofdstromingen met 11 nationaliteiten aan de kant wil zetten voor 36 (de achterban van de 4 SMON-organisaties, red.)vooral soennitische en Marokkaanse organisaties. De Turkse Nederlanders vormen de grootste groep moslims in Nederland, waar blijven die bij de SMON? Wat niet mag gebeuren is dat de islam vermarokkaniseert.’
Killi laat de beslissing van het Commissariaat door juristen onderzoeken en sluit een gang naar de rechter niet uit. In ieder geval zal een bezwaarschrift ingediend worden. Killi: ‘Het Commissariaat bedrijft politiek met dit besluit en dat is in strijd met de wet.'
Zeg Peter volgens mij stoot het commissariaat zich wel degelijk 3 keer aan dezelfde steen want er zitten twee partijen in de nieuwe moslimomroep die ook al in de NIO zaten de WIM en Marokkaanse moslims die ook al bij de NIO mee deden en die Sudie werkte al eens bij de NMO en is ook nog maatjes met die ex directeur van de NMO dus eigenlijk komt er oude ellende terug op de pluche... Geweldig besluit
Als de heer Killi 600.000 moslims vertegenwoordigt, kan hij beter een ledenomroep beginnen dan naar de rechter te lopen. Hij is dan in een paar jaar net zo groot als de EO. Dat zou pas echt polderen zijn...
Het Feit al dat Killi in ethniciteiten 'denkt' zegt al genoeg. De 'organisaties' die achter Killa staan, zijn degenenen die er nu een zooitje van hebben gemaakt. een commisariaart stoot zich niet 3x aan dezelfde steen. Hulde voor dit wijze besluit.