Maandag 04 januari 2010 | Mark Zaremba
Van Geel verdedigde het proefschrift waarin hij die en andere conclusies trok begin december 2009 in de Universiteit Leiden. De onderzoeker heeft gekeken naar niet-westerse migrantenjongeren op het vmbo tussen de 12 en 17 jaar oud. Hij wilde weten of degenen van hen die in een arm gezin leven minder gevoel voor eigenwaarde hebben. Dat blijkt niet zo te zijn. Wat is daarvoor de verklaring?
Van Geel ontdekte dat de jongeren die niet in Nederland zijn geboren minder psychologische problemen en een beter gevoel voor eigenwaarde hadden dan hun klasgenoten die hier altijd al gewoond hebben. De eerste generatie ontleent zijn identiteit aan het land van herkomst, de tweede generatie kan dat minder goed en hoort voor zijn gevoel eigenlijk nergens echt bij. 'Migranten die in ongunstige economische omstandigheden leven hebben er daarom baat bij om aspecten van hun eigen cultuur te behouden', concludeert Van Geel.
Familieverplichtingen
Jongeren die de eigen cultuur helemaal of gedeeltelijk hebben behouden doen het heel goed op het gebied van geestelijk welzijn. ‘Een van de aspecten die goed zijn om te behouden is steun uit de etnische gemeenschap. Jongeren zijn namelijk gevoelig voor familieverplichtingen. Ze willen voorkomen dat de familie zich voor hen schaamt en daarom gedragen ze zich beter.’
'Niet elke aanpassing aan de Nederlandse cultuur is dus per se goed', stelt Van Geel. 'Een sterke familieband is veel belangrijker dan het vieren van Sinterklaas of met een Nederlandse partner trouwen.Toch moeten allochtone jongeren wel hun best doen om te integreren op aspecten die leiden tot economische vooruitgang zoals taal, onderwijs en samenleven met andere culturen.'
Onderzoek: 'Acculturation, adaptation and multiculturalism among immigrant adolescents in junior vocational education' door Mitch van Geel