Donderdag 07 januari 2010 | Redactie Wereldjournalisten
'Rassenrellen' kopte de Telegraaf afgelopen dinsdag en de vrees dat die over zouden slaan naar andere steden werd geopperd. Gowricharn betwijfelt of deze grote woorden gebruikt moeten worden in de situatie van Culemborg. 'Het is onduidelijk of er hier sprake is van een etnisch conflict. Allereerst speelt het zich af in de periferie van Nederland, niet in de grote steden. Het is kleinschalig. Ten tweede, er is pas sprake van een etnisch conflict als men omwille van het intrinsieke groepsbesef in opstand komt. Als men gaat roepen "wij Marokkanen"of "wij Molukkers", maar het kan net zo goed gaan om jeugdgroepen die met elkaar slaags raken en daar kunnen weliswaar etnische elementen een rol spelen, maar dat is toch wat anders dan een etnisch conflict.'
Rob Witte, programmamanager Jeugd en Veiligheid bij FORUM, instituut voor multiculturele vraagstukken, stelt daarentegen dat er sprake kan zijn van interetnische conflicten als de betrokkenen of de buitenwereld het in dat kader plaatsen. 'Zo kan een caféruzie door beeldvorming via de media, overheid, omstanders uitgroeien tot interetnische spanningen, of die caféruzie nu wel of niet een interetnische oorzaak heeft. Het risico is dat het zich verspreidt over veel grotere groepen dan de direct betrokkenen en soms zelfs tot ver over de gemeentegrenzen.'
Rampenplan
Hoe dit al dan niet interetnisch conflict aan te pakken? Volgens Witte zijn conflicten zoals in Culemborg te voorkomen met een 'sociaal calamiteitenplan'. Hij is een van de bedenkers van deze aanpak. Het is verplicht dat alle gemeenten een rampenplan klaar hebben liggen voor fysieke rampen zoals brand en overstromingen, waarom dan ook niet zo'n plan voor sociale rampen, bedacht men 2 jaar geleden. Sindsdien werkten Forum, Capgemini en de gemeenten Weert, Helden en Sint Michielsgestel aan zo'n sociaal calamiteitenplan. Gemeenten zouden zich met een dergelijk plan kunnen voorbereiden op sociale onrust of zelfs deze weten te voorkomen. Witte: 'Nu is het nog vaak dat het optreden van politie en gemeente de zaak juist verslechtert. Dat komt doordat ze signalen te laat opvangen en als er iets gebeurt te snel handelen. Ze kennen maar de helft van het verhaal.'
Centraal in het plan staat dat alle sociale partijen binnen een gemeente samenwerken om tijdig spanningen te signaleren. 'Scholen, religieuze instellingen, politie, het OM, maatschappelijk werkers, de GGD, en woningbouwverenigingen weten allemaal wel iets over de sociale situatie in de gemeente of wijk. Door permanent met elkaar te communiceren daarover kun je spanningen veel beter afhandelen. Het werkt op die manier tegelijkertijd preventief.' In een aantal steden zijn de laatste jaren overigens al soortgelijke overleggen al ingevoerd zoals in Amsterdam en in Weert gebruikt met de FORUM-aanpak.
De buurtbewoners
Ook voor de buurtbewoners, de mensen waar het om gaat, is het plan een verbetering, stelt Witte. 'Vaak vergeet de gemeente hen uit te leggen wat er aan de hand is. Zij krijgen het verhaal alleen via de media en via elkaar, wat tot misverstanden kan leiden en zo weer extra spanningen oplevert. Gemeenten moeten daarom op ieder moment van het proces nadenken over de communicatie. Wat zeggen we tegen de pers en tegen de inwoners? Dus niet meer alleen een haastige persconferentie achteraf.' Witte denkt dat een 'sociaal calamiteitenplan' vooral goed inzetbaar is wanneer het gaat om incidenten die kunnen leiden tot een maatschappelijke nasleep, zoals in het verleden de spanningen in Goudse wijken en nu in Culemborg.
Gowricharn ziet het nut wel van een dergelijke aanpak, maar hij denkt toch dat de kern van het probleem meer vraagt. Gowricharn plaatst de onrust in Culemborg in een bredere context. Het lijkt te gaan om een algemene trend: steeds meer ontsporende jongeren hetzij door criminaliteit, geweld of drank en de zijns inziens halfhartige aanpak van dit jongerenvraagstuk. 'De vraag is: wat scheelt deze jongeren nu eigenlijk precies?' Niet dat Gowricharn alleen van de 'softe' methode, praten, is; bij de aanpak van ontsporende jongeren hoort ook een straffe aanpak vindt hij. Hogere straffen en jongerentehuizen. 'Glenn Mills is dan wel hier mislukt, maar waarom is dat hier mislukt? In de VS werken jongerentehuizen immers wel.'
Minister van Binnenlandse Zaken Ter Horst liet deze week weten € 150.000 vrij te maken voor straatcoaches in Culemborg. Gowricharn zet zijn vraagtekens daarbij. 'Door het inzetten van straatcoaches wordt de brand geblust, maar de neiging om brand te stichten is niet weggenomen. Het gaat daarbij om oud zeer in Culemborg. Er is wrok. Met straatcoaches heb je misschien wel de rust terug op straat, maar of je daarmee ook de rust in de harten terugkrijgt?'