Vrijdag 22 januari 2010 | Arjan Schuiling
Afgelopen woensdag werd een nieuwe wet op het Nederlanderschap behandeld. Met deze nieuwe wet wordt eindelijk geregeld dat een groep zogenaamde ‘latente Nederlanders’ alsnog het Nederlanderschap kan verkrijgen. Het gaat om kinderen die zijn geboren voor 1 januari 1985 uit een Nederlandse moeder en een niet-Nederlandse vader. Omdat heel lang de gelijkheid voor de wet van mannen en vrouwen binnen de Wet op het Nederlanderschap nog niet was doorgevoerd liepen deze ‘kinderen’ (velen van hen zijn inmiddels volwassen) voortdurend het risico om Nederland te worden uitgezet.
Latente Nederlanders
Minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie, die verantwoordelijk is voor de wetswijziging, zei niet precies te weten hoe groot de groep is van latente Nederlanders. In het verleden heeft toenmalig integratieminister Verdonk wel eens gesproken over 95.000 mensen, maar zij gaf daarbij aan dat het ging om een schatting.
Volgens Hirsch Ballin ademt het wetsvoorstel uit dat dit kabinet het bestaan van dubbele nationaliteiten niet zonder meer als probleem beschouwt, maar eerder als een gegeven van deze tijd. Toch zijn er eisen opgenomen om daar waar het mogelijk is de oorspronkelijke nationaliteit op te geven en alleen nog vast te houden aan het Nederlanderschap. In totaal zijn er echter 17 staten over de hele wereld die niet toestaan dat hun nationaliteit opgegeven wordt, waarbij Marokko en Griekenland de meest relevante staten zijn voor Nederland.
Saban en Mohammed B.
Als minister van Justitie weet Hirsch Ballin dat er juist op zijn terrein soms wel problemen zijn met de dubbele nationaliteit. Criminelen kunnen immers vluchten naar hun herkomstland en dan wordt het bijna onmogelijk om ze nog uitgeleverd te krijgen. Hirsch Ballin voegde daar nog aan toe dat die situatie zich niet voordoet bij mensenhandelaar Saban B. die naar Turkije is gevlucht. Die heeft alleen de Turkse nationaliteit en Nederland heeft geen uitleveringsverdrag met Turkije.
De PVV bracht nog een andere B., Mohammed B. de moordenaar van Theo van Gogh, in de discussie in. Volgens PVV-woordvoerder Sietse Fritsma zou aan
Mohammed B. zijn Nederlanderschap moeten worden ontnomen. Ook zou de verjaringstermijn van 12 jaar moeten worden afgeschaft voor Nederlanders die hun Nederlanderschap hebben verkregen door bedrog. Fritsma verhulde daarbij niet dat zijn partij daarbij vooral Ahmed Marcouch op het oog heeft die in een interview heeft laten weten dat hij bij aankomst in Nederland heeft gelogen over zijn geboortedatum.
Bevoegdheid minister
Volgens het SP-Kamerlid Krista van Velzen zijn het precies dit soort voorstellen van de PVV die aantonen dat het geen goed idee is dat de bevoegdheid om het Nederlanderschap in te trekken bij de minister komt te liggen. Het gevolg zal zijn dat de Kamer met een reeks moties zal proberen de minister te dwingen om de ene na de andere hen onwelgevallige Nederlander met een dubbele nationaliteit, het Nederlanderschap te ontnemen. Vanwege de huidige verhoudingen in de Kamer zal dat nog niet zo’n vaart lopen maar SP-politica Van Velzen vreest het ergste voor een volgende kabinetsperiode.
Terroristen
Het SP-Kamerlid vreest verder dat Nederland in de toekomst in de maag zal zitten met terroristen van wie het Nederlanderschap is ontnomen. Van Velzen denkt dat ook het oorspronkelijke herkomstland niet zit te springen om zo’n terrorist terug te nemen en dat je zo iemand dus eigenlijk tot de eeuwigheid veroordeeld tot een plekje in de vreemdelingenbewaring. De SP-politica vreest dan ‘Guantanamo Bay-achtige toestanden’ waarbij onze regering bij landen moet gaan leuren of zij Nederland misschien van een ongewenste vreemdeling willen afhelpen.
Op dinsdag 26 januari zal de Kamer stemmen over de vernieuwde Wet op het Nederlanderschap.