Dinsdag 26 januari 2010 | Redactie Wereldjournalisten
Een man draagt een baard van ongeveer een centimeter lang. Hij solliciteert naar de functie hoor en beslismedewerker bij de IND, hetgeen een onderdeel is dat onder de staatssecretaris van Justitie valt. Tijdens het sollicitatiegesprek wordt door de IND aan de man gevraagd of hij zijn baard om religieuze redenen draagt. De man antwoordt bevestigend. De IND verklaart dat om die reden de man niet wordt aangenomen. Als reden geeft de IND dat zij streven naar een zo veilig mogelijke omgeving voor de asielzoekers en dat dat inhoudt dat de hoor-omgeving zo neutraal mogelijk dient te zijn wat inhoudt dat er geen religieuze dan wel politieke uitingen zichtbaar mogen zijn.
Direct onderscheid
Door de man af te wijzen vanwege het dragen van een baard vanwege de religieuze betekenis die de man eraan toekent, maakt de staatssecretaris van Justitie, als verantwoordelijke voor de IND, direct onderscheid op grond van
godsdienst. Voor dit direct onderscheid is geen wettelijke uitzondering gesteld of gebleken. De Commissie overweegt in haar oordeel dat zij het belang van een zo veilig mogelijke hoor omgeving voor asielzoekers onderschrijft en dat een neutrale uitstraling daar mogelijk toe kan bijdragen.
Aannames
Ter zitting is echter gebleken dat de IND de neutraliteit beoordeelt aan de hand van uiterlijke kenmerken van sollicitanten en niet nader onderzochte aannames en veronderstellingen over gevoelens van (on)veiligheid van asielzoekers. De Commissie is bezorgd over de invloed die deze handelswijze heeft op het aannamebeleid van de IND. De Commissie beveelt de IND dan ook aan haar gedragscode ter beoordeling van de Commissie voor te leggen.