Donderdag 04 februari 2010 | Redactie Wereldjournalisten
De een is student bachelor scheikunde aan de Technische Universiteit van Delft. De ander (Behnam Taebi, zie foto) is promovendus techniekfilosofie aan dezelfde universiteit. De derde is hoogleraar experimentele kernfysica aan de Rijksuniversiteit van Groningen en voorzitter van de sectie subatomaire fysica van de Nederlandse Natuurkundige Vereniging. Zij bezitten allen, naast de Nederlandse, de Iraanse nationaliteit.
VN resolutie 1737
2 jaar geleden stelden de VN resolutie 1737 op, naar aanleiding van het conflict met Iran over hun al dan niet op energie-gerichte nucleaire activiteiten. De resolutie roept landen op te voorkomen dat Iraniërs kennis van nucleaire technologie verwerven. In het 'Gemeenschappelijk Standpunt' van de Europese Unie wordt dit streven overgenomen. De ministers van Buitenlandse Zaken (Verhagen) en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Plasterk) besloten daarop de 'Wijziging Sanctieregeling Iran 2007' uit te vaardigen. Deze Wijziging Sanctieregeling verbiedt iedereen met de Iraanse nationaliteit toegang tot bepaalde locaties in Nederland waar gewerkt wordt met kernenergie/afval (zoals de onderzoeksreactoren te Delft en Petten, de kerncentrale te Borssele, Urenco en COVRA) maar ook toegang tot bepaalde onderdelen van masteropleidingen aan Technische Universiteiten in Nederland.
Stigmatiserend
De 3 eisers vinden dat ze door deze maatregel schade lijden omdat ze beperkt worden in het volgen van hun studie of in het verrichten van hun werkzaamheden. Zij ervaren de Wijziging Sanctieregeling als stigmatiserend en onnodig kwetsend. De rechtbank in Den Haag heeft hen gisteren (3 februari
2010) in het gelijk gesteld.
De rechtbank oordeelde dat de Wijziging Sanctieregeling in strijd is met onder meer het verbod op discriminatie (zoals neergelegd in artikel 26 van het IVBPR, Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten) omdat voor het maken van onderscheid naar Iraanse nationaliteit een objectieve en redelijke rechtvaardiging ontbreekt. De VN-resolutie verplicht de lidstaten namelijk niet tot het maken van onderscheid naar nationaliteit dat niet noodzakelijk en gerechtvaardigd is. De rechtbank toetste de regeling daarom aan de fundamentele mensenrechten.
Individuele risicoanalyse
De rechtbank vindt dat Iraniërs pas geweigerd kunnen worden als er een individuele risicoanalyse of screening heeft plaats gevonden. Bovendien vindt de rechtbank, dat niet alleen mensen met de Iraanse nationaliteit een risico vormen voor proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten door Iran. De in de regeling opgenomen ontheffingsmogelijkheid voor het volgen van (onderdelen van) bepaalde masteropleidingen voorziet niet in een risicoanalyse naar individu omdat alleen mensen van Iraanse afkomst een dergelijke ontheffing moeten aanvragen en ook dát discriminerend is. Het maken van een zo algemeen onderscheid naar nationaliteit is disproportioneel stelt de rechtbank. De rechtbank heeft de Wijziging Sanctieregeling dan ook onverbindend verklaard.
Bij de 3 klagers had zich overigens ook nog de actiegroep Iraanse studenten gevoegd, maar omdat de groep geen natuurlijke of rechtspersoon is, werden hun eisen niet ontvankelijk verklaard.