vrijdag 03 september 2010

'Als een Israëlisch kind sterft, treur ik in Gaza'

Dinsdag 23 februari 2010 | Mark Zaremba | Reacties: 3

‘De 10 slimste meisjes uit Gaza’, aldus hun 2 docenten, bezochten vorige week Nederland. Ontwikkelingsorganisatie Cordaid nodigde ze uit voor een bezoek van een week. De meisjes zitten op een UNWRA-school van de VN. Daar is veel aandacht voor mensenrechten en internationaal recht. Het bezoek richt zich daarom op Den Haag, hoofdstad van het internationale recht. 'Nederlandse politici gebruiken het woord "bezetting" niet.'

beeld/2010/02/Gaza_muuropening.jpg - Gaza muuropening

Op het programma staan een bezoek aan het Internationaal Strafhof, het Internationaal Hof van Justitie, het Joegoslavië Tribunaal en ontmoetingen met mensenrechtenexperts. Donderdag  (18/2/2010) waren ze in de Tweede Kamer. De Palestijnse meisjes lachen, maken grappen en hebben plezier met elkaar. Ze maken foto’s met hun mobieltjes en kijken hun ogen uit. 

Geen terroristen
De meiden zijn geselecteerd voor deze reis via een wedstrijd over internationaal recht. Deze groep wist daar het meest vanaf. Toch blijft het moeilijk voor ze om hun hulpvraag concreet te verwoorden. ‘Wij hebben niets misdaan. Waarom worden wij gestraft?’ 
Hun begeleidster Willemijn Leenhout van Cordaid vertelt dat ze al sinds augustus 2009 bezig zijn geweest om toestemming te krijgen van Israël voor de reis. Het doel van Cordaid in dit project is om de blik op de wereld van de meisjes te verruimen en om hun scholing aan te vullen met een studiereis. Daarnaast wil Cordaid aan de Nederlanders tonen dat deze meisjes echt geen extremisten en terroristen zijn, maar opgeleide en kritische scholieren. ‘In de media zie je de menselijke kant van het conflict bijna nooit terug. Dat deze meisjes geen kwaad in zich hebben en niemand iets verwijten terwijl ze thuis niets hebben. Het is echt bijzonder dat kinderen van 14 zoveel weten over mensenrechten en internationaal recht. Helaas komt dat ook door de harde realiteit waarin zij opgroeien. Ze zijn zich heel bewust van hun rechten, juist omdat ze die niet krijgen.’ Volgens Leenhout merken de meisjes wel dat veel politici die ze hier ontmoeten nooit het woord 'bezetting' in de mond nemen. 'Wij hopen dan ook dat dit bezoek helpt politici de ogen te openen.'

Verbazing
Als de meisjes in een van de parlementaire commissiezalen aan de muur een fotocollage zien van Nederlandse moslima’s met hoofddoek, worden ze erg nieuwsgierig. ‘Waarom hangen hier foto’s van moslims?’ Bart Prins, assistent van CDA-Tweede Kamerlid Maarten Haverkamp, legt uit dat Nederland een multicultureel land is waar ook een deel van de bevolking moslim is. ‘Dat wist ik niet, dat geeft mij een heel ander beeld van Nederland dan ik eerst had’, zegt een van de meisjes. Prins leidt de groep rond door het grote complex aan het Prinsenhof. Hij vertelt over de architectuur, dat de ramen aan alle kanten de openheid van de politiek symboliseren. Hij laat een prachtige roodbeklede bibliotheek zien in het voormalige Departement van Justitie, waar alle notulen van de Tweede Kamer liggen. De boekenkasten zijn drie verdiepingen hoog en worden alleen verlicht door de zon via een glas-in-loodkoepel op het plafond. ‘Deze kamer stelt een Chinese draak voor. Je ziet overal drakenkopjes en de wenteltrap is de staart,’ vertelt Prins.

Verbaasd horen de kinderen van Prins dat het kabinet op het punt staat te vallen over Uruzgan. Ze grappen: ‘De Palestijnen komen het land binnen en de regering valt.’ Ze kijken hun ogen uit en moeten hard lachen als Prins vertelt dat zijn partijkantoor het pand deelt met de Partij voor de Dieren. ‘Wij hebben geen rechten, de dieren wel’, schateren ze.

Onze mensenrechten
Even later komen alsnog de hartverscheurende verhalen van hun leven in de Gazastrook. CDA-parlementariër Corien Jonker ontvangt de groep voor een inhoudelijk gesprek. Jonker is ook lid van de Raad van Europa, een organisatie die zich bezighoudt met mensenrechten. Een voor een vertellen de meisjes over hun thuisland: ‘Ik haat Israël niet. Ik haat de bezetting. Ik ben tegen de raketaanvallen op Israël, als daar een kind sterft, treur ik, want ik weet hoe dat voelt. Daarom ben ik blij dat de kinderen aan de andere kant van de muur wel in vrijheid leven. Ik wil die vrijheid ook. Wij hebben maar 6 uur per dag elektriciteit. We lijden en we zijn elke dag bang. Je weet nooit of je de volgende minuut nog leeft. Hoewel wij een dapper land zijn, vragen we het Nederlandse parlement om hulp. De oorlog breekt ons niet, maar maakt ons sterker. Hoe meer je rechten worden geschonden, hoe mee je in je rechten gaat geloven. Wij eisen onze mensenrechten.’

De muur
Een ander meisje vertelt over haar kleuterbroertje: ‘Waar is Israël, vroeg hij. Ik zei: overal, maar vooral in Jeruzalem. Hij vroeg: zijn daar ook kinderen, en zijn ze net als wij? Hij wilde met ze spelen, zei hij. Ik durfde hem niet te vertellen dat Israëlische kinderen niet lijden. Ik zei dat er een muur tussen ons stond. Hoe komen we dan bij ze, verwonderde mijn broertje zich. Ik grapte: zullen we de muur gewoon weghalen? Hij dacht dat het echt kon en riep: oké, laten we gaan. Ik begon te huilen omdat ik tegen hem had gelogen en hij zag mijn tranen: waarom huil je? Uit blijdschap, zei ik, omdat ik voor het eerst een Israëlisch kind ga ontmoeten. Toen moest ik nog harder huilen omdat ik het hem niet kon uitleggen.’

Weer een ander meisje: ‘Mijn zusje heeft een hartziekte. Ze mag Gaza niet uit voor een operatie. Daarom droom ik ervan cardioloog te worden zodat ik mijn zusje kan genezen. Los daarvan ben ik continu bezig met de Palestijnse zaak. Mijn land bestaat niet. Als ik mijn land zoek op de kaart dan zie ik alleen maar Israël. Als je land niet bestaat, dan bestaat de bezetting ook niet. Hoe leer je daar mee leven? Ik ben 14 jaar oud, ik kan zulke vragen niet beantwoorden.’

Oog voor slachtoffers
Jonker hoort meevoelend de verhalen aan en spreekt in keurig, langzaam Engels: ‘Ik kan jullie geen vrede geven. Dat ligt niet in mijn handen. Politiek maakt het soms moeilijk om op mensenrechten aan te sturen want alle partijen hebben hun eigen belangen. In het politieke debat heeft soms niemand oog voor de slachtoffers. Waarom zou je dan gaan stemmen? Uit hoop. Om te werken aan kleine deeltjes van de democratie en om met zijn allen te bepalen waar je naartoe wil met je land. Dankzij organisaties als Cordaid blijven mensenrechten altijd hoog op de politieke agenda. Tegen de docenten wil ik zeggen: blijf alsjeblieft mensenrechten en internationaal recht doceren.’

Direct wijst een van de docenten erop dat het een ultieme contradictie is om mensenrechten te geven aan kinderen van wie het huis net is platgegooid. ‘Mijn leerlingen zijn soms ineens weg, dood. Er was een meisje in mijn klas wiens hele familie en zijzelf omkwamen bij een Israëlisch bombardement. Haar klasgenoten hingen haar foto op haar lege stoel.’ 

Naïef
Jonker: ‘Maar je hebt het mis. Vrede is mogelijk. Het is ons uiteindelijk ook gelukt in Europa. Jullie kunnen dat ook. Ik voel me soms naïef als ik over mensenrechten praat. Ik kan me niet voorstellen hoe het is om in Gaza te leven. Maar soms is het goed om naïef te zijn, want dan droom je en kun je voor die dromen vechten. Dat moeten jullie doen, meisjes, jullie zijn de toekomst en jullie zorgen voor een nieuwe generatie politici. De wereld is hard, zeker in de politiek, maar raak daarom niet gefrustreerd. Blaas jezelf niet op voor de vrede.’
Dan spreekt de tweede docent: ‘Hoe kun je verwachten dat een jongen wiens familie is gedood zo denkt? Hij blaast zichzelf niet op uit kwaadheid, maar uit verdriet. Geweld leidt tot geweld.’ Jonker: ‘Ik wil het ook niet veroordelen. Ik zie er het verdriet van in. Maar ik hoop dat er betere oplossingen komen. Geweld is geen antwoord. Ik heb eens tegen een Israëlische minister gezegd: is dit wat je wil, al die dode jongens?’ 

Geen toezegging
Politicus Jonker weet vakkundig om de hete brij heen te draaien. Ze gaat er niet op in als de Nederlandse tolk uit haar rol valt en wanhopig roept: ‘U weet toch ook dat de internationale gemeenschap Israël steunt?’ In plaats daarvan herhaalt ze het pleidooi dat ze al gehouden had. De docenten sluiten het gesprek af met een oproep: ‘Zet alstublieft Israël onder druk. U bent een groot voorbeeld voor deze meisjes omdat u een vrouw bent met macht. Wees niet politiek correct. Zeg dat de grens open moet, dan zijn wij gelukkig.’ Maar ook deze vraag wordt niet door Jonker omgezet in een concrete toezegging: ‘Ik zal doen wat ik kan. Na dit gesprek zal ik meer dan ooit blijven vechten voor jullie mensenrechten. Wij hebben als internationale gemeenschap een verantwoordelijkheid om dat te doen, maar uiteindelijk komt het op jullie neer. Jullie hebben macht, blijf op je politici inpraten.’

 
Bron: Wereldjournalisten

Reacties (3)

Bert
Woensdag 21 april 2010
20.11 u

Laat ieder omringend land als eerste Israel erkennen en stoppen met bomaanslagen. laat ze inplaats tegen israel te vechten, vechten tegen niet erkennen van israel met de omringende landen, dan krijgen ze vanzelf het vertrouwen terug van Israel. Ik snap niet dat ze het probleem altijd bij anderen zoeken. begin bij je zelf, zou ik zeggen, dan komt het allemaal wel goed

mohamed
Vrijdag 12 maart 2010
19.31 u

ik zit in sint norbertus we zijn aan het sparenvoor gaza

Shantie
Dinsdag 23 februari 2010
9.24 u

Goed stuk! Ik hoop dat veel mensen dit zullen lezen!

Einde reacties

Plaats een reactie


Maximaal 400 tekens, 400 tekens over.

• Recente artikelen

exPonto
Download nu gratis ex Ponto Magazine. www.exponto.nl
De site voor vluchtelingen die willen deelnemen aan het publieke debat, of de berichtgeving in de media willen beïnvloeden. www.vluchtelingen.net

Perslink

Gebruikersnaam
Wachtwoord