Dinsdag 23 februari 2010 | Mark Zaremba | Reacties: 3
Op het programma staan een bezoek aan het Internationaal Strafhof, het Internationaal Hof van Justitie, het Joegoslavië Tribunaal en ontmoetingen met mensenrechtenexperts. Donderdag (18/2/2010) waren ze in de Tweede Kamer. De Palestijnse meisjes lachen, maken grappen en hebben plezier met elkaar. Ze maken foto’s met hun mobieltjes en kijken hun ogen uit.
meisjes geen kwaad in zich hebben en niemand iets verwijten terwijl ze thuis niets hebben. Het is echt bijzonder dat kinderen van 14 zoveel weten over mensenrechten en internationaal recht. Helaas komt dat ook door de harde realiteit waarin zij opgroeien. Ze zijn zich heel bewust van hun rechten, juist omdat ze die niet krijgen.’ Volgens Leenhout merken de meisjes wel dat veel politici die ze hier ontmoeten nooit het woord 'bezetting' in de mond nemen. 'Wij hopen dan ook dat dit bezoek helpt politici de ogen te openen.'Verbaasd horen de kinderen van Prins dat het kabinet op het punt staat te vallen over Uruzgan. Ze grappen: ‘De Palestijnen komen het land binnen en de regering valt.’ Ze kijken hun ogen uit en moeten hard lachen als Prins vertelt dat zijn partijkantoor het pand deelt met de Partij voor de Dieren. ‘Wij hebben geen rechten, de dieren wel’, schateren ze.
Onze mensenrechten
Even later komen alsnog de hartverscheurende verhalen van hun leven in de Gazastrook. CDA-parlementariër Corien Jonker ontvangt de groep voor een inhoudelijk gesprek. Jonker is ook lid van de Raad van Europa, een organisatie die zich bezighoudt met mensenrechten. Een voor een vertellen de meisjes over hun thuisland: ‘Ik haat Israël niet. Ik haat de bezetting. Ik ben tegen de raketaanvallen op Israël, als daar een kind sterft, treur ik, want ik weet hoe dat voelt. Daarom ben ik blij dat de kinderen aan de andere kant van de muur wel in vrijheid leven. Ik wil die vrijheid ook. Wij hebben maar 6 uur per dag elektriciteit. We lijden en we zijn elke dag bang. Je weet nooit of je de volgende minuut nog leeft. Hoewel wij een dapper land zijn, vragen we het Nederlandse parlement om hulp. De oorlog breekt ons niet, maar maakt ons sterker. Hoe meer je rechten worden geschonden, hoe mee je in je rechten gaat geloven. Wij eisen onze mensenrechten.’
De muur
Een ander meisje vertelt over haar kleuterbroertje: ‘Waar is Israël, vroeg hij. Ik zei: overal, maar vooral in Jeruzalem. Hij vroeg: zijn daar ook kinderen, en zijn ze net als wij? Hij wilde met ze spelen, zei hij. Ik durfde hem niet te vertellen dat Israëlische kinderen niet lijden. Ik zei dat er een muur tussen ons stond. Hoe komen we dan bij ze, verwonderde mijn broertje zich. Ik grapte: zullen we de muur gewoon weghalen? Hij dacht dat het echt kon en riep: oké, laten we gaan. Ik begon te huilen omdat ik tegen hem had gelogen en hij zag mijn tranen:
waarom huil je? Uit blijdschap, zei ik, omdat ik voor het eerst een Israëlisch kind ga ontmoeten. Toen moest ik nog harder huilen omdat ik het hem niet kon uitleggen.’
Direct wijst een van de docenten erop dat het een ultieme contradictie is om mensenrechten te geven aan kinderen van wie het huis net is platgegooid. ‘Mijn leerlingen zijn soms ineens weg, dood. Er was een meisje in mijn klas wiens hele familie en zijzelf omkwamen bij een Israëlisch bombardement. Haar klasgenoten hingen haar foto op haar lege stoel.’
Naïef
Jonker: ‘Maar je hebt het mis. Vrede is mogelijk. Het is ons uiteindelijk ook gelukt in Europa. Jullie kunnen dat ook. Ik voel me soms naïef als ik over mensenrechten praat. Ik kan me niet voorstellen hoe het is om in Gaza te leven. Maar soms is het goed om naïef te zijn, want dan droom je en kun je voor die
dromen vechten. Dat moeten jullie doen, meisjes, jullie zijn de toekomst en jullie zorgen voor een nieuwe generatie politici. De wereld is hard, zeker in de politiek, maar raak daarom niet gefrustreerd. Blaas jezelf niet op voor de vrede.’
Dan spreekt de tweede docent: ‘Hoe kun je verwachten dat een jongen wiens familie is gedood zo denkt? Hij blaast zichzelf niet op uit kwaadheid, maar uit verdriet. Geweld leidt tot geweld.’ Jonker: ‘Ik wil het ook niet veroordelen. Ik zie er het verdriet van in. Maar ik hoop dat er betere oplossingen komen. Geweld is geen antwoord. Ik heb eens tegen een Israëlische minister gezegd: is dit wat je wil, al die dode jongens?’
Geen toezegging
Politicus Jonker weet vakkundig om de hete brij heen te draaien. Ze gaat er niet op in als de Nederlandse tolk uit haar rol valt en wanhopig roept: ‘U weet toch ook dat de internationale gemeenschap Israël steunt?’ In plaats daarvan herhaalt ze het pleidooi dat ze al gehouden had. De docenten sluiten het gesprek af met een oproep: ‘Zet alstublieft Israël onder druk. U bent een groot voorbeeld voor deze meisjes omdat u een vrouw bent met macht. Wees niet politiek correct. Zeg dat de grens open moet, dan zijn wij gelukkig.’ Maar ook deze vraag wordt niet door Jonker omgezet in een concrete toezegging: ‘Ik zal doen wat ik kan. Na dit gesprek zal ik meer dan ooit blijven vechten voor jullie mensenrechten. Wij hebben als internationale gemeenschap een verantwoordelijkheid om dat te doen, maar uiteindelijk komt het op jullie neer. Jullie hebben macht, blijf op je politici inpraten.’
Laat ieder omringend land als eerste Israel erkennen en stoppen met bomaanslagen. laat ze inplaats tegen israel te vechten, vechten tegen niet erkennen van israel met de omringende landen, dan krijgen ze vanzelf het vertrouwen terug van Israel. Ik snap niet dat ze het probleem altijd bij anderen zoeken. begin bij je zelf, zou ik zeggen, dan komt het allemaal wel goed
ik zit in sint norbertus we zijn aan het sparenvoor gaza
Goed stuk! Ik hoop dat veel mensen dit zullen lezen!