zaterdag 26 mei 2012

• Achtergrond

Edgar Cairo krijgt herdenkingsteken

Donderdag 06 mei 2010 | Mercita Coronel

Edgar Cairo (1948-2000), schrijver en beeldend kunstenaar, schreef in de jaren 80 voor de Volkskrant columns. Cairo pleitte voor erkenning van de Surinaamse cultuur en taal en gebruikte in zijn columns naast Surinaamse woorden ook de Surinaamse  taalstructuur. Op 7 mei wordt in Amsterdam een herdenkingsplaquette onthuld.

beeld/2010/05/Edgar_Cairo.jpg - Edgar Cairo

'Wat fok je weer?', begon 't spreken van mij daar. (Aaj! Taki no?! Zeg het!, zeg! Lucht je hart!) 'Jij bent ook een van die figuren de die toleransietest nie goed kunnen doorstaan!' riep ik met breedste mond. Dan rekte ik, verdedigzaam, de 'no' klank, met z'n betekenis van 'waar of niet? 'tot noho ....? (Ineens zo, klokslag plotseling, hoorde ik roepen:)
'Aanpassen! Aanpassen! Aanpassen! Zo snel mogelijk ook! Als je niet zo moeilijk schreef en onze leesvermogens tartte, kon je bestsellers verkopen! Schrijf makkelijk! En denk maar niet met waanzin dat je iets aan Holland z'n taal veranderen kunt! Jij met je zinloze eksperiment! Als je niet zo eigenzinnig was ...'

Identiteitstrijd
Dit fragment is afkomstig uit zijn column 'Die smaakwaarde van taal' in 'Als je hoofd is geboord'; zijn 2de bundeling van Volkskrant-columns uitgegeven door In de Knipscheer in 1981. Het fragment geeft precies aan waar Cairo tegenaan liep in zijn streven om de Surinaamse taal en cultuur een plek te geven binnen de Nederlandse cultuur; de taal waarin hij het liefst schreef, het Sranantongo, was onleesbaar voor Nederlanders, maar ook het Surinaams-Nederlands leverde problemen op voor de leesbaarheid. Toch handhaafde hij zijn schrijfwijze; het ging immers om de identiteitstrijd van een migrant. 
In zijn opzienbarende essay 'Een buffercultuur voor minderheden' dat in hetzelfde jaar in de Groene Amsterdammer verscheen, gaf Cairo zijn geloofsbrieven af inzake integratie. De jaren 80 is de tijd van de Marokkaanse en Turkse gastarbeiders, maar ook van de komst van grote groepen Surinamers die na het uitroepen van de onafhankelijkheid in 1975 van Suriname voor Nederland hebben gekozen. Deze minderheidsgroeperingen staan voor de keuze, zo schrijft hij in zijn essay, vasthouden aan de eigen 'moederkultuur' of zich afzetten tegen 'de normen en gewoonten van dit vreemde land?'

Cultuurstrijd
De Surinaamse migrant neemt in dit integratieproces van minderheden een bijzondere positie in. Want wat is zijn cultuur? Door de kolonisering van Nederland gold in Suriname het Nederlands als officiële taal; in woord en geschrift. Een taal echter die de Surinamers niet als voertaal gebruik(t)en. Zij gebruiken het Sranantongo, dat echter amper geschreven wordt. De 300 jaar kolonisering door Nederland heeft bovendien weinig ruimte geboden aan de erkenning van de Surinaamse cultuur. In dat opzicht verschilt de Surinaamse migrant van de Turkse en Marokkaanse migrant die een sterke cultuur met zich meebrengen, stelt Cairo. 
Het Nederlandse integratiebeleid is op dat moment gebaseerd op een tweerichtingverskeer, op wederkerige aanpassing. Maar wat kunnen Surinamers precies aanbieden in deze strijd om culturen, vraagt Cairo zich af, 16 jaar voor het verschijnen van het boek Clashes of civilizations van Samuel Huntington. Zegt de Surinamer: 'Bakra, Nederlander, hier ben ik en dit is precies wat ik heb aan te bieden. We zijn in een soort onderhandelingsfase. Wat wens je wel d'ruit te accepteren, wat niet, en vooral: wáárom?' Nee, betoogt Cairo in zijn essay, dat zegt de Surinamer niet. Omdat hij zich te weinig bewust is van zijn cultuur, wat zelfs kan leiden tot zoals Cairo het noemt de ultra aangepaste vernederlandste, en niet zo populaire,  Surinaamse Hollander, maar ook tot een onterecht gevoeld minderwaardigheidscomplex.

Cairo eist daarom in zijn columns het gebruik op van het Sranantongo, ondanks dat hem dit met name onder Nederlandse lezers veel kritiek oplevert. Een kritiek waar hij gedeeltelijk voor ontvankelijk blijkt waardoor hij feitelijk een nieuwe taal schreef: het Surinaams-Nederlands, Sranantongo afgewisseld met Nederlandse woorden. Met dit taalaanbod dat daarenboven zo aan de Surinaamse cultuur raakt, wil hij de cultuurstrijd wel aangaan. Maar, zo stelt hij, het hoeft niet de ene of de andere cultuur te zijn. Hij pleit voor een 'buffercultuur', waarbij migranten niet hun moedercultuur hoeven op te geven en zelfs een bijdrage kunnen leveren aan de cultuur van het gastland. Voor Surinamers levert deze buffercultuur nog iets extra's op; meer zelfbewustzijn, verdere verwerking van het kolonialisme en een 'eigen' cultuur.

De vraag dringt zich op wat een dergelijke buffercultuur in deze tijd nog waard is in Nederland. Zou Cairo in deze tijd nog zijn columns in het Surinaams-Nederlands kwijt kunnen in een landelijk dagblad? De vraag zal waarschijnlijk negatief beantwoord moeten worden. Wederzijdse aanpassing is niet meer het uitgangspunt van het huidige integratiebeleid. In de laatste beleidsnotitie van voormalig integratieminister Van der Laan wordt de bal nadrukkelijk bij de migranten gelegd: zij zullen zich meer dan evenredig moeten inzetten om te integreren.
Is het werk van Cairo dan tevergeefs geweest? Zeker niet. Met zijn circa 40 boeken over de koloniale relatie tussen Nederland en Suriname en de gevolgen daarvan op de Surinaamse cultuur, heeft hij wel degelijk een basis gelegd voor het zelfbewustzijn van Surinamers. Dit blijkt wel uit de navolging die hij in geest en gedeeltelijk in taal krijgt bij de tweede generatie Surinaamse schrijvers als Clark Accord, Guus Pengel en Usha Marhé, en zelfs in de raps van de huidige Surinaams-Nederlandse jeugd. Het Sranantongo is de straattaal binnengedrongen. Surinaamse Nederlanders zijn inmiddels trots op hun cultuur. 
Niet alleen overigens voor de Surinaamse gemeenschap was Cairo van betekenis ook voor andere migrantengroepen die zich herkenden in zijn strijd om ruimte te hebben om de eigen identiteit te kunnen uiten. De Turkse theatermaker Celil Toksöz woonachtig een paar nummers verder dan Cairo's adres in de Vrolikstraat zal een voordracht houden bij de onthulling van de plaquette. Ook  Toksöz herkende in de columns van Cairo de strijd voor de eigen culturele identiteit; iets waarnaar Toksöz in zijn huidige eigen succesvolle theatervoorstellingen een evenwicht heeft gezocht en heeft gevonden. Dit allemaal dankzij Cairo? Dat is misschien te veel gezegd, maar Edgar Cairo heeft wel degelijk een punt aan de horizon gemarkeerd.

Het komende jaar organiseert De Stichting Cimaké Foundation een aantal tentoonstellingen, voorstellingen en debatten rondom Edgar Cairo. Op 7 mei wordt in de Vrolikstraat 417, waar Cairo woonde, om 16.00uur een plaquette onthuld door de voormalige stadsvoorzitter van Oost-Watergraafsmeer in Amsterdam. In november verschijnt een documentaire over Cairo.

Bron: Wereldjournalisten
Print artikel Stuur naar vriend Reageer

Plaats een reactie


Maximaal 400 tekens, 400 tekens over.

• Recente artikelen

exPonto
Download nu gratis ex Ponto Magazine. www.exponto.nl

Perslink

Gebruikersnaam
Wachtwoord