Vrijdag 28 mei 2010 | Shantie Ramlal-Jagmohansingh | Reacties: 1
Er zijn meer dan 50.000 films gemaakt in de Bombay cinema sinds de onafhankelijkheid van India in 1947. Het is dus bijna onmogelijk om iets representatiefs over deze filmindustrie te zeggen, omdat daar per definitie altijd iets tegenover te stellen is. Toch is een zekere lijn wel te benoemen. Volgens Anil Ramdas, publicist en Bollywoodkenner, heeft de Bollywood cinema diverse grootse momenten meegemaakt. Momenten die ertoe hebben geleid dat de periodes daarna nooit meer hetzelfde zouden zijn.
Eerste muzikale droomscène
Na de onafhankelijkheid in 1947 begon de Bollywood cinema echt op te komen. Dit terwijl het land zich in een grote chaos bevond als gevolg van de pas herwonnen onafhankelijkheid op de Britse overheersing. Toch slaagde de Indiërs erin om al in 1951 met de film Awara van Raj Kapoor het filmfestival in Cannes te bereiken. De zwart-wit film Awara van filmlegende Kapoor was opmerkelijk. Deze film bevatte namelijk de eerste droomscène op muziek in de Indiase cinema. Hierna was het niet meer denkbaar om films te maken zonder liedjes. In de liedjes slaagden de makers van Awara er namelijk in om alle elementen van de kunst - uiting van emotie en gevoel door middel van gedicht, zang, dans en beeld - samen te laten vallen. Opmerkelijk was dat alle decorstukken uit de droomscène van Awaara op ware grootte waren gebouwd. Het ging hierbij om gigantische decorstukken van tientallen meters hoog.
Kleurenfilm
Na Awara was het echter bijna niet meer mogelijk om deze grote sets te bouwen. De reden: de introductie van de kleurenfilm. In de zwart-wit films was het nog relatief eenvoudig om enorme decors op ware grootte te bouwen, omdat krakkemikkigheden simpelweg niet opvielen. Bij de kleurenfilm was dat anders.
Door de komst van de kleurenfilm werd het gangbaar om voor het opnemen van liederen naar buiten te gaan en daar een passend decor te vinden zoals gedaan is voor de film Kashmir ke kali in 1964, geschoten in het wonderschone Kashmir. De decors waren toen zo mooi dat het verhaal hierop werd afgestemd. Er werd simpelweg een verhaal rond een decor verzonnen.
Blanke mensen als decor
Maar zelfs India wordt te klein, hoe groot en afwisselend het land ook is. Op een gegeven moment hebben de filmmakers bijna alle mooie plekken gehad. Verder is het in het drukbevolkte land niet altijd even makkelijk om een rustige plek te vinden om te filmen zonder dat tientallen mensen naar de camera begonnen te zwaaien. Als oplossing bedenken de filmmakers dat ze voortaan naar het buitenland gaan. Een voorbeeld hiervan is de film An Evening in Paris uit 1967.
In het buitenland gebeurt iets wonderlijks met het decor. Naast bomen, bloemen en gebouwen, worden in het buitenland blanke mensen aan het decor toegevoegd. Indiërs vinden het Westen in die tijd grappig en exotisch. Een geinig decor voor de Indiase verhalen. Verder speelt het Westen totaal geen rol. Het fungeert louter als decor.
Anil Ramdas vindt deze ontwikkeling opmerkelijk. Aan de ene kant is het een beetje hooghartig en arrogant om het Westen louter als decor te gebruiken en er verder totaal geen aandacht aan te schenken, maar aan de andere kant vindt hij dat het getuigt van zelfvertrouwen en gebrek aan rancune tegenover de Westerse wereld en de imperialistische regimes waar de Indiërs honderden jaren mee te maken hebben gehad.
Introductie van de melodrama
De film Sangam, wederom van de acteur en regisseur Raj kapoor, wordt de belangrijkste film van de jaren 60. Sangam zorgt voor een andere
markeringspunt. Na deze film zullen andere films nooit meer dezelfde zijn. Deze film introduceert namelijk het melodrama. Hiermee wordt niet het melodrama bedoeld zoals gangbaar in het Westen, nee, het gaat hierbij om drama met melodie. In India verstaat men onder melodrama het uitvergroten van gevoelens als in een laboratorium om te bekijken wat de hiërarchie tussen deze gevoelens is en tot welke keuze die leidt. Aan wie ben je trouw? Aan je beste vriend, die alles voor je doet? Of aan je geliefde, voor wie je zou kunnen sterven alleen om haar gelukkig te zien?
Wie gaat met wie?
Volgens Ramdas ligt de nadruk bij drama’s en soaps in het Westen op relaties: bijna alle verhaallijnen draaien om de vraag 'wie gaat met wie', en ‘wie doet het met wie’? In India ligt de nadruk echter op keuzes. Daarom speelt trouwen en het huwelijk vaak een belangrijke rol in de verhalen. Hierbij moeten immers levensbepalende keuzes worden gemaakt.
Een ander punt waarin Bollywood afwijkt van de Westerse cinema betreft de rol en functie van de dans. In het Westen is het gebruikelijk dat er uitsluitend wordt gedanst als uiting van vrolijkheid. Niet in India. Er wordt bijvoorbeeld ook gedanst bij verdriet. Goed geschoolde Indiase dansers hebben de gave om met hun lichaam een enorm scala aan gevoelens en emoties uit te drukken. Ze dansen met het hele lichaam. Dat betekent zelfs met wenkbrauwen, met ogen, met lippen.
De film Sangam wordt een gigantisch succes. Raj Kapoor mag zelfs vanwege dat succes Moskou niet meer in; zijn komst veroorzaakt verkeersopstoppingen vanwege de vele fans die op zijn bezoek afkomen. Hij heeft fans over de hele wereld. Anil Ramdas verwoordt het als volgt: ‘Zo’n grote ster, Elvis Presley was er niets bij.’ Na dit succes zet Raj Kapoor zijn hele familiekapitaal en geld van investeerders in voor de film Mera naam Joker. De film flopt echter dramatisch en het zal zijn laatste film blijken. Het is het einde van een tijdperk.
Indy en Hindoe-goden
In 1984 verschijnt in het Westen de film Indiana Jones and the Temple of Doom. De film vertelt een avontuur waarin de hoofdpersonage Indy terechtkomt in een klein Indiaas dorpje waar alle kinderen en de heilige Sankara steen zijn verdwenen. In een grot ontdekken Indy en zijn reisgenoten een tempel van de Thuggee, een eeuwenoude kwaadaardige sekte die de godin Káli aanbidt en waar zelfs mensen aan worden geofferd. Uiteindelijk bevrijdt Indy de kinderen,
wordt de steen teruggevonden en komt de slechterik Mola Ram (gespeeld door de Bollywoodacteur Amrish Puri) aan zijn einde.
De film krijgt van verschillende kanten kritiek. De film zou rascistisch zijn en een verkeerd onwetend beeld schetsen van India. Godin Kali, die in de Hindoeïstische verhalen een uiting is van de moedergodin Durga als zij strijdt tegen onrecht, wordt in de film wel heel kwaadaardig neergezet. In het bijzonder de mensenoffers waarbij het hart uit het lichaam wordt gerukt, doet bij veel mensen de alarmbellen rinkelen. Hetzelfde geldt voor de scène waarin apenhersens worden verorberd. De film getuigt van onwetendheid en een soort koloniale hoogmoedige attitude van de Westerse held tegenover de vreemde wilden. Het lijkt alsof de film de boodschap verspreidt dat men vooral ver weg moet blijven van alles wat buiten het Westen valt.
Het grappige is dat in de Indiase cinema juist het tegenovergestelde gebeurt. Het Westen wordt in de Indiase cinema juist op zijn beurt voorgesteld als een oord waar je beter vandaan kunt blijven, omdat mensen daar alles wat goed en waardevol is in het leven, overboord gooien. Dit gebeurt in verschillende fasen. Als gevolg van de groene revolutie in India houdt men op veel plekken in het land rijst over. Boeren worden in bepaalde delen van het land zelfs overbodig. De bestuurders van het land zien dit bezorgd aan. De industrialisering heeft de steden nog niet bereikt en men wil niet dat deze mensen massaal naar de steden trekken.
Decadente Coca Cola
Een nieuwe filmmaker, genaamd Manoj Kumar, speelt op deze ontwikkeling in. In tegenstelling tot Raj Kapoor heeft Manoj Kumar bijzonder veel oog voor politieke kwesties. In het lied ‘meri desh ki dharti’ uit de film Upkar uit 1967, wordt het dorpsleven verheerlijkt om te propageren dat men beter in de dorpen kan blijven. Daar is het leven nog zuiver en goed. In de betreffende clip komt de stad heel even in beeld door een shot van hotel Sun and Sand met zwembad in Bombay (staat er nog steeds). De boodschap is duidelijk. In de stad is het slecht. Daar rookt en drinkt men, worden studies niet afgemaakt en drinken mensen Cola. Cola staat in die tijd symbool voor decadentie.
Maar Manoj gaat nog verder. Het stadsleven is niet slecht genoeg. Hij introduceert iets nieuws, namelijk het kwaad tot in de kern: het Westen. Tot dan toe is het Westen alleen maar grappig, de blanke mensen zijn een geinig decor. Maar door Manoj wordt het Westen de belichaming van het kwaad. In de film Purab aur Paschim in 1970 zie je bijvoorbeeld hoe een geëmigreerde schoonzoon zijn schoonvader slaat en hoe een dochter rookt voor de ogen van haar vader. De symboliek is overduidelijk: het Westen is verderfelijk en als je daar naartoe gaat, word je ermee besmet.
Drugs en Hare Krishna
Maar Manoj Kumar is niet de enige die het Westen in beeld bracht. Mijn vader is een enorme fan van de Indiase filmmaker en acteur Dev Anand. Dat is
begonnen toen hij in 1971 de film Hare Rama Hare Krishna zag in een bioscoop in Suriname. Het succes van deze film in India was dus zo groot dat het een Atlantische oversteek maakte en ook heel Suriname in beroering bracht. De film gaat over een broer en zus die opgroeien in Montreal. Ze zijn bijzonder hecht in hun kinderjaren, maar wanneer hun ouders uit elkaar gaan, worden ze van elkaar gescheiden. De zus blijft bij haar vader van wie ze regelmatig hoort dat haar moeder en broer overleden zijn. Wanneer ze slecht wordt behandeld door haar stiefmoeder, loopt ze weg van huis en komt terecht in een hippiegroep.Door hen komt ze in aanraking met drugs en drijft ze steeds verder weg van haar eens zo veilige thuishaven. Het gaat zelfs zo ver dat ze de naam van god bezingt, Hare Rama Hare Krishna, terwijl ze drugs gebruikt.
Hare Rama Hare Krishna laat niet bepaald een positief beeld zien van het Westen; het is volgens de film een plek waar scheidingen plaatsvinden waar de kinderen ernstig de dupe van zijn. Maar de werkwijze van Dev Anand verschilt van die van Manoj Kapoor. Hij laat wel het slechte van het Westen zien, maar serveert het niet meteen af. Vooral door de mooie actrice Zeenat Aman, die in korte rokken danst op geweldige liedjes, krijgt het Westen ook wel iets spannends en exotisch. Vooral voor jonge Hindoestaanse twintigers in Suriname met gevoel voor avontuur.
Crisis in Bollywood
Volgens Anil Ramdas wordt het door de film, vooral voor de jonge Hindoestanen in Suriname, nog interessanter om een migratie naar Nederland te overwegen. Dit komt bovendien omdat de Bollywoodfilms in de jaren zeventig de boodschap overbrengen dat Hindoestanen trots moeten zijn op hun cultuur, hun eigenheid, hun religie en alles wat hen tot Hindoestaan maakt. In een periode waarin Hindoestanen vrezen voor Creoolse overheersing, hebben de films uit de Indiase cinema in de jaren 70 dus onbewust bijgedragen aan de identiteitsontwikkeling van deze groep in Suriname.
Wat Manoj Kapoor nog probeert te voorkomen in zijn dorpsverheerlijkende films, gebeurt uiteindelijk toch in de jaren 70 in India: de platellanders trekken massaal naar de stad voor werk. Steden groeien explosief. Delhi groeit bijvoorbeeld van 2 naar 14 miljoen mensen. Dit pakt slecht uit voor de filmindustrie. Mensen hebben geen tijd meer om films te bezoeken; er moet gewerkt worden. Vooral de middenklasse werkt hard en gaat, mede ook door de televisie, steeds minder naar de film.
De redding van de Bollywoodfilm verschijnt in de jaren 80 in de vorm van Amitabh Bachchan, zoon van een dichter uit Uttar Pradesh. De filmbonzen
hebben dan besloten om zich te richten op de jongens uit de slums. De kaartjes worden goedkoper, de thema’s van de films worden op hun levens aangepast en de muziek wordt minder belangrijk, want alles draait om actie. Amitabh Bachchan krijgt de rol van de 'lonely warrior' die alle slechteriken te lijf gaat. Volgens Ramdas is Amitabh Bachchan eigenlijk the ‘King of the slums’, maar dit wil the Big B zelf absoluut niet horen.
Op een gegeven moment kunnen echter ook de slumjongens de fillms niet meer redden en belandt de filmindustrie weer in een crisis. De oplossing hiervoor dient zich uit onverwachte hoek aan.
De diaspora redt
De film Hum aapke hain koun? van een relatief onbekende regisseur haalt de
Indiase cinema weer uit het slop. De film, waarin alles draait om een huwelijk en alle gebruiken, rituelen en tradities die daarbij komen kijken, vergaart namelijk grote bekendheid onder de Indiase diaspora. De Indiërs buiten India ontdekken de Indiase cinema weer en vinden het geweldig om te kijken naar een film waarin de Indiase cultuur zo centraal staat.
In dit nieuwe tijdperk wordt liefde het nieuwe thema, en deze films zijn niet alleen meer gericht op de Indiase middenklasse, maar daarenboven op de Indiase diaspora. De hele filmindustrie voor diaspora breidt zich uit. Een hoogtepunt hiervan is de kaskraker Dilwale Dulhania Le Jayenge uit 1995, een film waarin Indiase mensen uit London in beeld worden gebracht. Het nieuwe tijdperk betekent ook dat internationale banken in de rij staan om de Indiase films te financieren. Sanjay Llal Bhatt maakt als gevolg hiervan de meest dure film aller tijden: Devdas. De film is een enorm succes en won onder andere een BAFTA.
Kortom, de Indiase cinema heeft zich in de afgelopen decennia ondanks diepe dalen enorm ontwikkeld en produceert momenteel talloze kaskrakers waar mensen over de hele wereld van genieten. Bollywood is booming!
1. Uitzonderlijke goede analyse! 2. Met de meer wereldse blik van de jonge generatie Turks-Nederlanders, Marokkaanse-Nederlanders en Surinaams-Nederlanders zal Bollywood meer aan terrein winnen in Europa. 3. Het Westen is ook decadent: Cf. Een NL film, kenmerk: een blote bil, liefst zo centraal mogelijk op uw scherm, Kunst: een vrouw in dr blootje in uw huiskamer. Tja, dat noemen ze kunst hier