Donderdag 03 juni 2010 | Dominique Snip
‘In het begin was er niemand’ luidt de titel van het boek van Mineke Schipper waarin de verhalen over de oorsprong van de mensheid van diverse volkeren staan opgenomen. De vraag dringt zich op wat er dan wel was, als er in het begin niemand was? ‘Er zijn veel antwoorden mogelijk. Vaak gaan vertellers ervan uit dat er duisternis was of alleen maar water, of misschien was er ook al blubber', vertelt de schrijfster. In bijna alle delen van de wereld komt dit idee voor. ‘Men speelde ook met de vraag of er naast een bestaan ook een "niet bestaan" mogelijk was. Maar dat is een meer filosofische benadering. Als je door gaat denken, word je een beetje gek.’
The big bang
Gek is niet de eerste indruk die men krijgt van Mineke Schipper als zij spreekt over het thema van haar recente werk. Gepassioneerd weidt zij daarover uit. ‘Waar komen we vandaan en waarom hebben de goden ons gemaakt, zijn belangrijke vragen die al sinds het bestaan van de mensheid wereldwijd zijn gesteld. Deze vragen zijn typisch voor het menselijke bestaan’, aldus Schipper. Voorbeelden uit haar boek van ideeën die er bestaan over de schepping geeft ze enthousiast. Opvallend is dat zij niet de alom bekende scheppingstheorie ‘the big bang’ en het zo vaak vertelde verhaal van Adam en Eva als eerste noemt. Schipper: ‘Sommigen zeggen dat we niet meteen op aarde waren, maar eerst "ergens" anders. We zijn van onder de grond naar boven gekropen of uit de hemel gevallen. Anderen geloven dat we uit een ei komen.’
Zwarte en witte klei
Over het bestaan van de verschillende rassen werd volgens Schipper al heel vroeg breed gefilosofeerd. Men haalde de meest creatieve en hilarische verklaringen uit de kast. ‘In het begin waren er diverse kleuren klei of zand. Witte, zwarte, rode en gele. Afhankelijk van waar de goden de klei of zand vandaan haalden, kreeg men een bepaalde kleur toebedeeld. Er is ook het bekende ovenverhaal. Indiaanse volkeren vertellen dat zij precies op het juiste moment uit de oven zijn gekropen in tegenstelling tot de witte en de zwarte gemeenschap. De eerste witte mensen kropen er te snel uit en zien er dus bleek en ziekelijk uit. De zwarte mensen bleven juist te lang en brandde aan.’ Overigens zijn er Afrikanen die vinden dat ze net zo lang hebben gewacht totdat god aangaf dat het genoeg was. Dit is volgens hen een teken dat zij de moeilijkheden op hun weg heel goed aankunnen.
Iets stoms gedaan
De vraag naar de oorsprong van de rassendiversiteit maakt volgens de schrijfster deel uit van een veel grotere vraag, namelijk het verschi tussen armen en rijken. Hoe is de ongelijkheid in de wereld gekomen? Schipper: ‘In de verhalen zie je heel vaak dat de verschillende kleuren die de goden de mensen gaven ook meteen gevolgen hadden.’ Daar komt nog bij dat sommige culturen zich op basis van die ongelijkheid behoorlijk gingen ophemelen of juist minder gingen voelen. Dat DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat de mensheid oorspronkelijk uit Zuid-Afrika komt speelt daarbij geen rol. Schipper: ‘Er zijn Afrikanen die denken dat zij iets heel erg stoms hebben gedaan, waardoor ze niet zo rijk zijn als de Europeanen. Dit argument wordt ook gebruikt om de kolonisatie uit te leggen. Toen ik in Congo vertelde dat er in Europa ook bedelaars en armen bestaan moeten ze ontzettend lachen.’
Een volk dat zichzelf de hemel in prijst is de Tonga in Polynesië. ‘Zij vinden zichzelf het beste volk op aarde. Geen volk is zo nobel als zij. Zij stammen af van goden en alle anderen van wormen.’
Stereotypen
Schipper is literatuurwetenschapper. Ze promoveerde in 1973 op een proefschrift over beelden van Europeanen in Afrikaanse romans, met als uitgangspunt de vraag: wat vinden 'anderen' van ons? In 1988 werd ze de eerste hoogleraar Interculturele Literatuurwetenschap in Nederland. Heeft ‘In het begin was er niemand’ raakvlakken met het boek ‘Oriëntalisme’ van de overleden literatuurwetenschapper Edward Saïd? Schipper: ‘Saïd heeft gekeken naar de manier waarop het Westen en het Oosten tegen elkaar aankijken. Het probleem is denk ik wel dat het wij-zij denken niets oplost. We kunnen stereotypen van elkaar benoemen, maar we kunnen ons ook afvragen wat voor wereld wij willen. Willen wij altijd tegenover elkaar staan of willen we bruggen bouwen?’ Over het integratiedebat is zij kritisch. Schipper: ‘We zijn zo bezig met benoemen van elkaars verschillen dat we vergeten wat we met elkaar delen. Er zijn allerlei problemen waar wij allen mee worstelen zoals onderdak organiseren, voedsel op tafel krijgen….Verschillen zijn er zeker en die moet je ook niet wegpoetsen. Maar ik vind wel dat daar teveel nadruk op wordt gelegd.'
Vandaag donderdag 3 juni geeft Mineke Schipper om 16.30u een lezing in het KIT in Amsterdam over haar boek In het begin was er niemand. Uitgever: Bert Bakker, € 24,95