Dinsdag 13 juli 2010 | Yahia Bouyafa
Recent vernam ik uit verschillende bronnen dat de zaken binnen de SMON (Stichting Moslim Omroep Nederland) niet goed lopen. Afgelopen week meldde NRC Handelsblad dat het Commissariaat voor de Media (CvdM) de SMON aangespoord heeft om de zaak op orde te brengen en de benoeming van Maurice Koopman als interimdirecteur te accepteren, anders zullen er door het CvdM maatregelen worden getroffen. Een deel van de SMON accepteert diens benoeming niet.
Zenit
Je moet insider zijn om te weten hoe de zaken bij het CvdM lopen. En dat ben ik als ex-bestuurslid van het SVIZ en mede-aanvrager van een afgewezen zendtijdaanvraag. Toen ik het artikel las, brak mijn klomp. Ik wist niet hoe te reageren: Moet ik nu lachen, omdat de geschiedenis zich lijkt te herhalen? Dat ook nu weer de oorzaak van het probleem de heer Koopman is? Of moet ik nu huilen, omdat de gang van zaken onder moslims weer ter discussie staat? Hoe ze weer tegenover elkaar zouden staan, hoe ze weer met elkaar vechten en hoe derden weer profiteren van deze ruzies en hun zakken weten te vullen. Het is niet alleen verdrietig en beschamend, maar meer dan dat: schandalig. Immers zelfs in het openbaar verklaart de SMON dat zij als 'moslimomroep' geen religieuze programma’s gaat maken.
Dat is overigens hun goed recht, alleen niet op basis van het Mediawet-artikel 2.42 waarop de SMON haar zendtijdaanvraag heeft gebaseerd. Dat artikel is namelijk voorbehouden aan Kerkgenootschappen en Genootschappen op geestelijke grondslag. Maar is de voorzitter van SMON (Radi Suudi) niet dezelfde die samen met Frank William (ex-NMO en de man waar de FIOD thans onderzoek naar doet vanwege vermeende misbruik van omroepmiddelen) de omroepvereniging Zenit, een 'gewone' omroep, wilde oprichten? Waarom wilden moslims zich toen niet associëren met Zenit? Hoe kan Zenit dan toch feitelijk zendtijd krijgen? Die beslissing is voorbehouden aan het CvdM. Ineens werd een doelredenering - jongerenbereik - uit de hoge hoed getoverd om 180 graden af te wijken van art. 2.42 van de Mediawet.
Transparantie
Naar de reden dat de organisaties die achter SMON staan toch religieuze zendtijd krijgen, terwijl een aantal van deze organisaties jarenlang samenwerking tussen alle stromingen binnen de moslimgemeenschap geblokkeerd en belemmerd hebben, terwijl financiële verslagen van organisaties achter deze omroep voorheen niet klopten, dat deze organisaties toch de zendtijd krijgen, blijft het alleen maar raden.
Is het omdat de SMON zo’n professionele en uiterst transparante organisatie is dat het CvdM er zelfs de Mediawet voor aan haar laars wil lappen, opdat de geschiedenis van wanorde binnen moslimomroepen zich niet meer zou kunnen herhalen? Niets is minder waar: nu al is immers de transparantie wanneer het gaat om de benoeming van werknemers en bestuurders ver te zoeken, zo toont de ophef over de benoeming van Koopman reeds aan, terwijl er nog geen uitzending is geweest. Evenmin is het helder met welk productiebedrijf SMON haar tv-programma's wil gaan maken. Uiteraard gaat de SMON niet met met het productiebedrijf van Suudi zelf in zee, want dat komt de integriteit van de omroep in het geding. Met het productiebedrijf van Rob Hof dan die op de vlucht is voor de FIOD? Of met het productiebedrijf van de heer Koopman zelf? Nee, ook dat zou de integriteit van de SMON in twijfel kunnen trekken. Maar met wie dan wel?
3 twistpunten
De oorzaken van het huidige conflict binnen de SMON zijn de volgende:
1. Ruzie over het verdelen van de zetels binnen het bestuur.
Na het binnenhalen van de zendmachtiging voelde een aantal organisaties zich ineens niet meer gehouden aan de afspraken die gemaakt zijn bij oprichting. Daardoor is de Vereniging Imams Nederland (VIN) uit de coalitie gestapt. Daarna is nog om dezelfde reden een aantal jongeren- en studenten- organisaties uit het samenwerkingsverband gestapt die er eerder bij gehaald waren en de basis vormden voor de toekenning van de zendtijdaanvraag.
Dit is allemaal bekend bij het CvdM. Verklaringen van distantie van de SMON en ontevredenheidsbrieven zijn naar het toezichthoudende orgaan gestuurd. Maar helaas, zoals niet ongebruikelijk bij het CvdM, geen enkele reactie.
2. Ruzie over het door World Islamistic Mission (WIM) afgevaardigde bestuurslid die eerder de functie van penningmeester binnen SVIZ (voorheen overkoepelend administratieorgaan voor de twee moslimomroepen NMO en NIO, red.)bekleedde en nu nog de functie van penningmeester van de omroep NIO heeft. Deze persoon krijgt dezelfde functie binnen SMON. En dat terwijl de afspraak binnen SMON was, en nog steeds is, dat geen van de oude bestuurders en/of werknemers van de NIO, NMO en SVIZ zouden deelnemen aan het nieuwe initiatief SMON.
De functie van penningmeester is belangrijk, en zou door een economisch geschoolde professional ingevuld moeten worden. Dat zou een acceptabele reden kunnen zijn voor het CvdM om de ontevredenheidsbrieven naast zich neer te leggen, maar dat is opmerkelijk genoeg niet het geval. De brieven worden zelfs doodgezwegen door het CvdM.
Zoals UMMON en WIM eerder gedaan hebben binnen SVIZ, gaan ze eerst akkoord met voorwaarden en als ze bereikt hebben wat ze willen, beginnen ze te draaien en de schuld bij de anderen te leggen. Deze tactiek wordt al vanaf het begin van de moslimzendtijd in de jaren 80 door dezelfde mensen (Boujoufi en Joeman) gehanteerd.
3. Ruzie over benoeming van Koopman als nieuw interim(?)-directeur van SMON en de benoeming van de huidige programmaleider van NIO als eindredacteur van SMON. Ik heb zelf al eerder een felicitatie aan Koopman gestuurd met zijn benoeming die de prijs is - letterlijk en figuurlijk - voor zijn inzet nu SMON de zendtijd heeft gekregen.
Gedurende mijn anderhalf jarige ervaring met de heer Koopman ben ik tot dezelfde conclusie gekomen als de VARA: dat de heer Koopman (in 1,5 jaar tijd tot 3 keer toe) kans ziet het budget elke keer te overschrijden. Hij is daar uiterst deskundig in. In die 1,5 jaar heeft hij weinig financieel inzicht en kennis getoond, heeft hij laten zien dat hij amper organisatorische deskundigheid bezit, niets weet over organisatiestructuren, geen verstand heeft van conflicthantering en over het tegenovergestelde van bruggenbouwende kwaliteiten beschikt. Dit had de SVIZ kunnen weten als de (onafhankelijke) voorzitter van SVIZ, de heer Sini, voor de aanstelling van Koopman referenties nagetrokken had. Slechts 2 telefoontjes waren genoeg geweest en zijn CV zou onderuit gehaald zijn: één telefoontje met de AVRO en de ander met de VARA. Bij de VARA staat het zelfs zwart-op wit in de biografie van de VARA.. 'Als directeur heeft Koopman te kampen met fikse budgetoverschrijdingen.Ook wordt hem een gebrekkige organisatie van de tv-dienst verweten. Koopman moet zich menigmaal verantwoorden voor een interne commissie. In 1988 stopt hij als televisiedirecteur', zo valt in de VARA-biografie te lezen. Desalniettemin wil het CvdM dat deze man de bedrijfsvoering van de SMON gaat voeren?
Leegloop
Nu, 6 maanden na de toewijzing van de zendtijd aan SMON, hebben de jongeren, de studentenorganisaties en de Imamvereniging zich (al) gedistantieerd van SMON, zijn er ruzies ontstaan omdat men zich binnen de SMON niet houdt aan afspraken, met als klap op de vuurpijl de benoeming van Koopman. Terwijl ook binnen SVIZ Koopman zeer omstreden was, wat gezien de ervaringen van de AVRO en VARA met hem niet zo vreemd is.
Nu ook nog eens Islamica Academica zich dreigt terug te trekken uit de SMON, en als de betwiste benoemingen van Koopman als interimdirecteur en Aarab als programmaleider doorgang vinden, wordt de vraag interessant hoe het CvdM op deze ontstane situatie bij SMON gaat reageren.
Stabiliteit en jongeren
De gang van zaken bij SMON is vooral opvallend want de reden waarom de, ‘onze’, aanvraag van SMO (Stichting Moslim Omroep) werd afgewezen, formuleerde het CvdM als volgt: ‘De organisatiestructuur van SMO geeft geen voldoende garantie voor stabiliteit’. Men vreesde herhaling van ‘het SVIZ gedoe’. Mogelijk omdat mijn organisatie en die van de heer Khairoun dit initiatief ondersteunden, maar zowel Khairoun als ondergetekende zouden niet betrokken worden bij de omroeporganisatie. Waarom de SMON dan wel de zendtijd heeft gekregen? Niet op basis dus van de voorwaarden die art. 2.42 van de Mediawet stelt. De SMON heeft de zendtijd gekregen omdat de organisatiestructuur meer stabiliteit zou bieden en het initiatief gesteund zou worden door de jongere generaties (studenten en jongeren).
Als Islamica Academica zich echter ook nog terugtrekt uit SMON, blijven binnen SMON alleen de spookorganisaties UMMON en WIM over. Wat rest er dan nog van de motivering van het CvdM, stabiliteit en jongeren, om de zendtijd aan SMON te geven? Hoe gaat het Commissariaat deze nieuwe situatie binnen SMON aan de buitenwereld verkopen? Gaan ze die weer verdraaien en de schuld wederom leggen bij de moslims, die zogenaamd niet met elkaar kunnen samenwerken? Het lijkt erop.
Koopman
Helaas moet ik voorspellen dat het CvdM SMON zal blijven steunen, want de eigen belangen lijken sterk verbonden met die van Koopman. Zie de reactie van Suudi in het NRC: ‘Volgens voorzitter Radi Suudi is de (tijdelijke) aanstelling van Koopman (ex-VARA) gunstig. “We moeten binnen twee maanden een omroeporganisatie opzetten. Maurice heeft ervaring in dit krachtenveld en goede contacten. Bovendien heeft hij goede contacten met het Commissariaat voor de Media en de Nederlandse Publieke Omroep”.’
Hoe kan de heer Koopman binnen een periode van 2 maanden een omroeporganisatie opzetten als iedereen weet dat hij voor dezelfde opdracht 2 jaar de tijd heeft gehad en het hem niet gelukt is. Zijn uitspraak ‘heeft u wel eens met moslims gewerkt’ heeft hij eerder gedaan. Tweespalt zaaien, en dan zelf je zakken vullen. Weet u het nog € 1.100 per dag en dan zeggen ‘ik doe het niet voor minder’. Toch niet gek voor een gepensioneerde om in 2 jaar tijd zo’n € 200.000 aan aanvullend pensioen te innen.
De VARA ging in zijn tijd, door zijn toedoen, bijna failliet, tot Marcel van Dam persoonlijk ingreep en Koopman nog net op tijd buiten de VARA zette. Maar SVIZ en alle 2 de omroepen NMO en NIO zijn door zijn toedoen ten gronde gegaan. Hier was ik al die tijd bang voor, maar helaas wilde niemand toen naar mij luisteren. Maar eerlijk is eerlijk: ik had ook voorspeld dat Nederland wereldkampioen zou worden.