donderdag 17 mei 2012

Schaamte belemmert migrant hulp te zoeken

Dinsdag 07 december 2010 | Redactie Wereldjournalisten

Migranten maken relatief weinig gebruik van hulp bij opvoeding, onderwijs en gezondheid. Terwijl ze wel vaker opgroei-, ontwikkelings- en gezondheidsproblemen hebben dan autochtone Nederlanders. Dit toont het SCP-onderzoek 'Naar Hollands gebruik? Verschillen in gebruik van hulp bij opvoeding, onderwijs en gezondheid tussen autochtonen en migranten'.

beeld/2010/12/allochtonen_en_depressie.jpg - vrouw met hoofddoek depressie

Hoewel migranten vaker problemen hebben dan autochtonen op gezondheids- en opvoedingsgebied, zoeken ze minder vaak hulp hiervoor dan autochtonen. Dit laat het onderzoek Naar Hollands gebruik? van het Sociaal Cultureel Planbureau zien.
Verschillen tussen migranten en autochtone Nederlanders in kenmerken als opleidingsniveau, gezinsvorm en belang van religie verklaren slechts een deel van het verschil in voorzieningengebruik. Migranten kijken vaak anders aan tegen problemen dan autochtone Nederlanders, en ze zijn niet altijd positief over de voorzieningen. Het zoeken van hulp is - vooral voor migrantenouders - niet altijd even gemakkelijk, en de beschikbare hulp sluit vaak onvoldoende aan.
In het SCP-rapport gaan de onderzoekers voor een viertal voorzieningen na in hoeverre er verschillen bestaan in het gebruik ervan tussen autochtoon Nederlandse en migrantenjeugdigen (en hun ouders). Er is gekeken naar formele opvoedingsondersteuning, speciale onderwijs-voorzieningen, de huisarts, en het gebruik van anticonceptie, abortus en soa-testen. De uitkomsten zijn gebaseerd op literatuurstudie, interviews met experts en (waar mogelijk) kwantitatieve data-analyses. 

Veel problemen, weinig hulp
Wanneer jeugdigen en hun ouders problemen ervaren bij opvoeding, onderwijs en/of gezondheid, kunnen zij gebruikmaken van algemene voorzieningen. In beginsel zou het gebruik hiervan voor alle jeugdigen en ouders gelijk moeten zijn, ongeacht hun culturele achtergrond. Dit is echter niet altijd het geval. Zo zoeken Turks- en Marokkaans-Nederlandse ouders door de bank genomen minder vaak hulp of advies bij de opvoeding. Toch zijn er in deze gezinnen juist wel vaker opvoed- en opgroeiproblemen.
Niet-westerse migrantenjeugdigen, met name die van Turkse en Marokkaanse herkomst, zijn relatief weinig te vinden op speciale scholen voor kinderen met gedragsproblemen. Ook hier geldt echter dat ze vaker met deze problemen kampen dan de autochtoon Nederlandse jeugd. Jeugdigen van niet-westerse herkomst hebben tevens een grotere kans op leerproblemen en handicaps; deze kinderen zitten echter wel relatief vaak op speciale scholen.

Gezondheidsproblemen komen eveneens vaker voor bij niet-westerse migrantenjongeren. Vooral Turkse Nederlanders hebben frequenter contact met de huisarts. Jongeren van Surinaamse en Antilliaanse herkomst laten zich het vaakst testen op soa’s. Ook tienerzwangerschappen komen relatief veel voor onder deze jongeren, wat voortkomt uit hun inconsequente gebruik van anticonceptie. Indien zwanger besluiten Marokkaans-Nederlandse meisjes naar verhouding het vaakst tot een abortus.

Gezinnen
Er zijn verschillen tussen niet-westerse migranten en autochtone Nederlanders en ook tussen de migrantengroepen onderling. Turkse en Marokkaanse Nederlanders zijn vaak laagopgeleid en hechten meer dan autochtone ouders belang aan religie. Alleenstaand ouderschap komt weer veel voor onder Surinaams- en Antilliaans-Nederlandse vrouwen. Deze en andere achtergrondkenmerken spelen veelal een rol bij het verklaren van het (relatief geringe) gebruik van de onderzochte voorzieningen door migranten. Ook andere factoren zijn echter van belang, zoals de mate waarin migranten de voorzieningen willen dan wel kunnen gebruiken.

Schaamte
Migranten en autochtone Nederlanders staan anders tegenover het gebruik van de onderzochte voorzieningen. Zo zoeken migrantenouders en -jeugdigen minder hulp dan autochtone Nederlanders omdat ze anders aankijken tegen problemen en gedragingen. Niet-westerse migranten lijken zich vaker te schamen voor problemen of zien de ernst er niet van in. Zij (h)erkennen gedrags- en ontwikkelingsproblemen niet altijd en zoeken hier dan ook minder vaak hulp voor. Verder heerst er in Turks- en Marokkaans-Nederlandse kringen nog een sterk taboe op seks voor het huwelijk, terwijl jongeren met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond meer vrijgelaten worden en juist veel experimenteren op seksueel gebied.

Wantrouwen
Migranten oordelen ook niet altijd positief over de voorzieningen. Zo is er bij een deel van hen sprake van wantrouwen en een negatief beeld van zorgverleners.
Migranten zijn soms bang niet goed begrepen te worden, of om onder druk gezet te worden om te ‘vernederlandsen’. Daarnaast hebben migranten veelal andere verwachtingen van hulpverleners. Zo zijn veel migranten van huis uit gewend aan artsen die snel medicijnen voorschrijven. In Nederland zijn huisartsen Nordin Dahan, kinderartsdaarin terughoudender. Migranten zijn dan ook vaak niet tevreden over hun bezoek aan de huisarts.

Niet voor alle jeugdigen of ouders die gebruik willen maken van hulp bij opvoeding, onderwijs en/of gezondheid, is dit even gemakkelijk. Migrantenouders weten vaak onvoldoende waar ze terechtkunnen voor hulp en advies. Door taal- en communicatieproblemen begrijpen hulpverleners en migranten elkaar soms niet. Het hulpaanbod sluit ook niet altijd goed aan bij hun wensen. Op specifieke vragen over de opvoeding van hun kinderen – zoals hoe om te gaan met de waarden en normen in Nederland – heeft de hulpverlening niet altijd een goed antwoord paraat..

Bron: Wereldjournalisten
Print artikel Stuur naar vriend Reageer

Plaats een reactie


Maximaal 400 tekens, 400 tekens over.

• Recente artikelen

exPonto
Download nu gratis ex Ponto Magazine. www.exponto.nl

Perslink

Gebruikersnaam
Wachtwoord