De voorzitter van het IOT, Aydın Akkaya leidde zijn toespraak in met een gedicht uit de Mesnevi van Mevlana, de 13e eeuwse filosoof en dichter, waar vooral de nadruk gelegd wordt op acceptatie van ‘anders-zijn’. “Hoe je er ook over denkt, homo-emancipatie is vooral een zaak van mensenrechten.” Hij gaf toe dat het een zeer beladen onderwerp is in de Turkse gemeenschap. Dat was al bij de voorbereiding van de conferentie duidelijk. De reacties op het geschatte aantal Turkse homo’s in Nederland (ca. 22.000) logen er niet om. Men wilde weten hoe het IOT aan dat aantal kwam. Het aantal Turkse homo’s dat er openlijk over durfde te praten was al miniem, laat staan op het podium van een landelijke conferentie. De conferentie had vooral een analyserend en pragmatisch karakter: Geen theologische discussie, maar de vraag: “Waarom wordt er zo moeilijk over homoseksualiteit gepraat en welke dynamieken liggen erachter?” Geen makkelijke taak voor het IOT, dat negen Turkse organisaties van verschillende Turkse stromingen vertegenwoordigt, van links tot rechts, van seculier tot islamitisch om te praten over zo een beladen onderwerp. Maar een taak die wel opgepakt moest worden: Akkaya: ”We kunnen overdag toch niet ontkennen dat er s nachts sterren zijn?”
Ik-perspectief
“Er zit zeker wel verandering in de Turkse gemeenschap maar we hebben nog een lange weg te gaan”, meent Ersin Ilbay van het Homoloket. “Was het twintig jaar geleden bijvoorbeeld ‘not done’ dat Turkse meisjes op kamers gingen wonen, nu is het al een veel meer geaccepteerd onderwerp. Het culturele probleem ligt niet eens alleen maar bij het thema homoseksualiteit. In de Turkse samenleving staan gemeenschappelijke waarden centraal. Als je vanuit de hulpverlening Nederlandse adviezen krijgt is dat vaak vanuit het ik-perspectief. Maar dat werkt niet voor voor de Turkse homo. Wij zijn het niet gewend om vanuit het ik-perspectief te denken, de hulpverlening zou daarop afgestemd moeten worden.”
Wethouder Hamit Karakus onderstreept een heel ander probleem: de zwijgzame meerderheid. ‘We kunnen als stad wel hulpverleningprogramma’s aanbieden, maar nog steeds krijgen we bijna altijd nul op het rekest als het gaat om aanmeldingen. De mannen laten nog wel van zich horen, maar waar ik me vooral om druk maak, zijn de Turkse lesbiennes. Daar horen we niets van. Waar zitten ze? Waar hebben zij behoefte aan? Daar zit een grote taak voor de overheid: hoe bereiken we de zwijgzame meerderheid?’
Rol ouders
Niet alleen de Turkse homo’s en lesbiennes verkeren vaak in een moeilijke positie..Ook hun ouders worstelen met homoseksualiteit Als een ouder geconfronteerd wordt met de coming out van zijn kind, komt vaak de vraag naar voren: ’Wat heb ik fout gedaan?’ Onwetenheid over homoseksualiteit (overigens ook bij autochtone ouders) maakt dat zij er niet kunnen zijn voor de kinderen. Ook zij zouden begeleiding nodig hebben aangezien zij niet weten hoe daarmee om te gaan. Informatiebijeenkomsten en praatgroepen zouden aan een behoefte kunnen voorzien.
Wie neemt het voortouw?
De laatste discussie in de conferentie betrof de vraag of het de verantwoordelijkheid is van andere emancipatiebewegingen (vrouwen, migranten, moslims) om een voortrekkersrol te nemen. Dat wordt zonder enige discussie door iedereen aangenomen: “ Je kunt niet met twee maten meten als je voor je eigen minderheid opkomt en vervolgens een andere minderheid laat zitten.’ zegt Nazmi Turkkol. ‘ Ik ben advocaat en doe al 20 jaar niets anders dan opkomen voor iemands recht, dat is mijn dagelijkse bezigheid. En homo’s hebben ook rechten.’ Hij krijgt de zaal aan het lachen, als hij zegt: “In mijn praktijk behandel ik veel scheidingen. Scheidingen tussen mannen en vrouwen. Wie zijn wij dan om tegen homo’s te zeggen dat die formule het beste werkt. Dat kan natuurlijk niet.’

Rolmodellen zijn belangrijk, bleek ook gtijdens dit congres weer: Can Celebi, Serdar Manavoglu, Ersin Ilbay waren erg dapper om hun verhaal over hun coming-out ‘on stage’ te vertellen. Zou dat de weg kunnen vrijmaken voor andere Turkse homoseksuelen om daar ook voor uit te komen?
“Oké, een zwaluw maakt nog geen zomer, maar het is een begin, stapje bij stapje moeten wij als gemeenschap leren om hier mee om te gaan. En zoals met alles, kost dit tijd. Gun mensen die tijd. Gun ons die tijd’ zegt de voorzitter van de Turkse ouderenvereniging.
D66 Kamerlid Fatma Koser Kaya sloot de conferentie af met een pleidooi voor meer dialoog met elkaar, ook met mensen waarvan je op het eerste gezicht niet zou denken dat hij of zij er open voor zou staan: ”Vaak geldt namelijk dat, zolang er niet over wordt gesproken, het ook niet lijkt te bestaan. Pas als we er met elkaar over blijven praten, kunnen we als Turkse gemeenschap een klimaat scheppen waarbij er geen angst meer bestaat om over taboeonderwerpen te praten. Alleen zo kunnen we oplossingen bieden voor de vraagstukken binnen onze eigen kring.”