Woensdag 23 november 2011 | Redactie Wereldjournalisten
De meesten van hen (41%) zijn zogenaamde ‘footloose migranten’. Ze zijn kort in Nederland, spreken daarom slecht Nederlands en zijn hier nog weinig geworteld. Deze groep is veelal laagopgeleid en heeft een zwakke arbeidspositie. Het betreft deels, maar niet alleen, Bulgaren die zonder geldige werkvergunning naar Nederland zijn gekomen en hier vaak werkzaam zijn in de informele economie. Maar ook jonge, hoger opgeleiden die op zoek zijn naar een baan treffen we onder deze categorie aan.
Bijna een kwart (23%) zijn tijdelijke arbeidsmigranten: ze verblijven kort in Nederland, verrichten veelal laaggeschoold werk, onderhouden weinig contacten met Nederlanders en zijn nauwelijks geïntegreerd. Het gaat hier met name om Roemenen. Ze sturen een groot deel van hun inkomen naar het herkomstland en bezoeken vaak het herkomstland.
Een derde groep zijn de hoogopgeleide arbeidsmigranten (13%). Deze transnationale of bi-nationale arbeidsmigranten zijn goed geworteld in de Nederlandse samenleving, maar hebben tegelijkertijd sterke banden met het thuisland. Ze onderhouden contacten met autochtone Nederlanders, spreken veelal Nederlands, maar sturen ook veel geld naar het herkomstland en gaan er vaak op bezoek. De verwachting is dat zij op termijn terugkeren of doormigreren naar een ander land.
Ook bij de vestigingsmigranten (22%) gaat het veelal om hoogopgeleide werknemers, met name Polen. Zij verblijven vaak al langer in Nederland en geven aan voor langere tijd (meer dan vijf jaar) of te willen blijven. Zij sturen weinig geld naar het herkomstland, maar wonen met hun (eventuele) partner en kinderen in Nederland.
Het onderzoek ‘Arbeidsmigratie in vieren’ is uitgevoerd door een groep onderzoekers van de Afdeling Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam, onder leiding van prof. dr. Godfried Engbersen. De studie is geschreven in opdracht van de ministeries van Buitenlandse Zaken (WWI) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Het rapport is hier te downloaden.