Donderdag 01 december 2011 | Jojanneke Vanderveen
Vervolgens doen we iets dat nog vreemder is. Omdat het ons niet zint dat bepaalde mensen hier zijn, noemen we deze mensen ‘illegalen’. We geven daarmee aan dat ze buiten de wet vallen en dat ze verboden zijn. Hier gaat iets mis. Het verbieden van een mens is onmogelijk en een poging daartoe is een grof schandaal, dus de terminologie is in ieder geval volstrekt misplaatst.
Indien met ‘illegaal’ gedoeld wordt op de vraag of iemand al dan niet op wettelijke grond in een land verblijft, indien ‘illegaal’ dus geen betrekking heeft op een persoon, maar op zijn of haar verblijfsstatus, dan liggen de zaken al anders. De wijze waarop een dergelijke verblijfsstatus tot stand komt, is echter evengoed schrijnend.
De vraag of mensen wel of niet een verblijfsstatus moeten krijgen lijkt namelijk één op één verbonden met de vraag of wij ervoor voelen deze mensen op te nemen in onze samenleving. Het is vervolgens aardig van ons als we dat wel doen, maar niet onaardig als we het niet doen. Dit is een verkeerde kijk op de problematiek. Als meest welvarende bewoners van de wereld hebben we een plicht onze welvaart te delen. Dat het moeilijk is om dat te doen op plekken waar we het niet voor het zeggen hebben, is tot daar aan toe. Maar dat je dat weigert aan iemand die aan onze deur komt kloppen, is welbeschouwd een schande.
Ja, maar, zou een kritisch lezer misschien zeggen, als we iedereen maar toelaten, dan komen er toch enorme hoeveelheden mensen deze kant op? Wellicht, maar ten eerste kunnen we nog veel doen om die mensen op te vangen. Evenwichtig Europees beleid zou daarbij van groot belang zijn.
De kern van het verhaal is: alle mensen zijn legale mensen. Zij dienen als zodanig behandeld te worden. Dat betekent dat je ze niet opsluit wanneer ze bij je aankloppen op zoek naar een betere toekomst.
Dat betekent dat je je best doet om hen deel te laten zijn van het fortuin waar je zelf van profiteert. Dat betekent dat je ze niet illegaal noemt. Als we dat als uitgangspunt nemen, komt er misschien wat verstand in het debat.
Jojanneke Vanderveen en co-auteur Ashley North zijn voorzitter en vice-voorzitter van DWARS, GroenLinkse jongeren.