maandag 15 maart 2010

• Factsheets

Nederlandse moslimomroepen -update

De geschiedenis van het ontstaan van de eerste moslimomroepen. Mira Media zet de feiten bijelkaar

donderdag 08 oktober 2009 | Bink Susan

Begin jaren ’60 zendt de publieke omroep de eerste programma’s voor etnische minderheden uit. De eerste islamitische omroep wordt in 1986 opgericht: de islamitische omroepstichting (IOS). In 1993 stopt deze met uitzenden. In dat jaar wordt de Nederlandse Moslim Omroep opgericht die in 2005 zijn zendtijd moet gaan delen met de Nederlandse Islamitische Omroep (NIO). Verschillende conflicten binnen en tussen de islamitische omroepen over onder andere zetelverdelingen en samenwerkingsverbanden halen regelmatig het nieuws. 

In oktober 2009 wordt bekend dat de NMO en de NIO geen nieuwe uitzendvergunning aanvragen vanwege aanhoudende bestuurlijke problemen en per 31 augustus 2010 de deuren sluiten. Vijf nieuwe moslimomroepen hebben een aanvraag ingediend om de vrijkomende zendtijd te vullen. In deze factsheet wordt de geschiedenis van de moslimomroepen in Nederland uiteengezet en de problemen en discussies die zich in de afgelopen jaren hebben voorgedaan.

De islamitische omroep in Nederland in vogelvlucht
Op 6 oktober 2009 maken de twee moslimomroepen in Nederland, de NMO en NIO, bekend per 31 augustus 2010 geen programma’s meer te maken vanwege aanhoudende bestuurlijke problemen. Twee jaar eerder, op 27 september 2007, waren de twee omroepen nog na moeizame onderhandelingen tot een samenwerkingsakkoord gekomen. Hoe is het zover gekomen? Hieronder allereerst de geschiedenis van de islamitische omroep in vogelvlucht. Daarna een overzicht van de discussies die de afgelopen tijd de gemoederen hebben bezig gehouden.

Het begin
Vanaf halverwege de jaren ’60 worden bij de publieke omroep in Nederland programma’s uitgezonden voor etnische minderheden. Het betreft zowel programma’s voor specifieke bevolkingsgroepen als programma’s voor een breder (autochtoon) publiek. In 1986 wordt de Islamitische Omroep Stichting (IOS) opgericht. Deze omroep richt zich op de moslimgemeenschap in Nederland. Eerst worden de programma’s uitgezonden onder een aantal bestaande omroeporganisaties zoals de NOS. De nadruk ligt dan op een specifiek programma-aanbod gericht op etnische minderheden. 

Eind jaren ’80, begin ’90  verschuift dit naar een algemeen aanbod met minder eigen taal en cultuur (Breimer, 1995). Meer dan de helft van de Turken en Marokkanen kijkt naar de programma’s die de IOS in 1992 uitzendt. Turken kijken net zo graag naar de IOS als naar de NOS. Marokkanen kijken liever naar de NOS-programma’s. Dat blijkt uit het onderzoek Media-onderzoek en etnische groepen 1992 van Veldkamp en NOS  (Schothorst & Verzijden, in: Schothorst & Bronner, 1995). In 1993 houdt de IOS op te bestaan. In dat zelfde jaar krijgt de Nederlandse Moslim Omroep (NMO) een eigen zendmachtiging en begint met zijn eigen uitzendingen. 

De Nederlandse Moslimomroep (NMO)
De NMO is sinds 1993 een werkstichting van de Nederlandse Moslim Raad (NMR). Via de NMO voorziet de NMR het Nederlandse publiek van informatie over de islam en moslims in Nederland. De NMR is een landelijke koepel van islamitische organisaties zoals moskeeën, culturele-, onderwijs-, en jeugdinstellingen. Tot 2003 vertegenwoordigde de NMR vooral kleinere moslimgroepen zoals, Surinaamse, Indonesische, Bosnische en Eritrese moslims (Van Heelsum, Fennema & Tillie, 2004). In het begin beschikte de NMO over een half uur televisiezendtijd en twee uur radiozendtijd per week. De omroep zond uit in het Nederlands, Arabisch en Turks. Op dat moment streefde de omroep naar emancipatie en participatie van moslims in Nederland. 

De laatste jaren schrijft de NMO prioriteit toe aan dialoog en maatschappelijke relaties tussen moslims en niet-moslims en aan de positie en rol van moslims in de Nederlandse samenleving. Verder wil de omroep de verschillen en overeenkomsten in opvattingen binnen de islam en zijn verschillende stromingen zo breed en gebalanceerd mogelijk tot uitdrukking brengen. Ook wil de NMO de maatschappelijke positie van islamitische jongeren, vrouwen en ouderen verbeteren. Dit blijkt uit het Programmabeleid NMO 2005-2010. De NMO is actief op radio, televisie en internet. In de toekomst wil de omroep meer doelgroepgerichte sites ontwikkelen. De NMO is de langst draaiende islamitische omroep. In 2005 kwam er een tweede moslimomroep bij, de ‘Nederlands Islamitische Omroep’ (NIO) en moet de NMO zijn zendtijd dus delen.

De Nederlandse Islamitische Omroep (NIO)
De NIO is in april 2005 in het leven geroepen om de zendtijd voor het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) te verzorgen. Ook bij deze organisatie zijn diverse islamitische koepelorganisaties aangesloten. Na enkele interne conflicten bij de NMR zijn een aantal islamitische koepelorganisaties overgestapt naar het CMO.  Bij de oprichting van het CMO in 2004 sloten er voornamelijk organisaties aan die grote stromingen (zoals de soennitische) binnen de islam vertegenwoordigden (Van Heelsum, et al., 2004). Het CMO zet zich naar eigen zeggen in voor de Nederlandse moslimgemeenschap en maakt zich sterk voor de respectvolle interreligieuze dialoog en actieve burgerparticipatie.

In 2005 begon de NIO met uitzenden. De NIO wil een weerspiegeling creëren van de verschillende culturele en religieuze stromingen binnen de islamitische gemeenschap. Naast religieuze vraagstukken behandelen de programma’s van de NIO maatschappelijke vraagstukken, omdat de islamitische gemeenschap, volgens de omroep, een maatschappelijke achterstand heeft op een aantal gebieden. De leiddraad in 2006 was het bijdragen aan de sociale cohesie en verdraagzaamheid tussen burgers van verschillende geloofsovertuigingen. In 2007 hoopt men deze koers voort te zetten en de kwaliteit van het aanbod op televisie, radio en internet van de omroep te verbeteren. Dit blijkt uit het Jaarverslag 2006 van de NIO.

Zenit?
De NMO en de NIO zijn op dit moment de enige omroeporganisaties in Nederland met een islamitische grondslag. Momenteel is sprake van een derde islamitische omroep die zich aandient, ‘Zenit’. Frank William (voormalig directeur van NMO) en Radi Suudi zijn de initiatiefnemers. Dit moet de eerste islamitische omroep met betalende leden worden. Helaas lukte het Zenit niet om een plaatsje in het publieke bestel te veroveren. De omroep verwierf minder dan 25.000 leden, terwijl er minimaal 50.000 vereist waren.

2.42-omroepen
De NMO en de NIO maken deel uit van de Publieke Omroep en vallen onder de groep van omroepen die bestaan uit kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag, de zogenaamde 2.42-omroepen (voor de invoering van de nieuwe Mediawet per 1 januari 2009 bekend als 39f-omroepen). Dit houdt in dat deze omroepen geen leden hebben, maar dat hun aanwezigheid van essentieel belang is om alle groepen uit de Nederlandse samenleving te bedienen. In hun programma’s komen de levensbeschouwelijke inzichten van de groepen die zij vertegenwoordigen tot uiting (Publieke Omroep). In september 2007 heeft het Commissariaat voor de Media (CvdM) besloten dat de twee moslimomroepen moeten gaan samenwerken.

Samenwerking
Op 4 oktober 2007 laat het CvdM (2007b) weten dat de moslimorganisaties NMR en CMO tot een samenwerking zijn gekomen in de Stichting Verzorging Islamitische Zendtijd (SVIZ). Deze stichting heeft de zendtijd voor de islam in Nederland toegekend gekregen voor de periode tot 1 september 2010. De nieuwe stichting zal de zendtijd verdelen over de NMO en de NIO. Samen mogen zij 52 uur televisie en 200 uur radio gaan vullen en zij worden verantwoordelijk voor hun eigen programma’s. Er komt wel één zakelijk directeur. Deze samenwerking is niet zonder slag of stoot tot stand gekomen.

Representativiteit
De NMO is in opdracht van de NMR een hele tijd de enige zendgemachtigde, maar moet de zendtijd gaan delen. Na interne conflicten zijn een aantal islamitische koepelorganisaties overgestapt van de NMR naar het CMO. Het CMO twijfelt aan de representativiteit NMO. Het wil zelf een islamitische omroep oprichten, de NIO, en vraagt zendtijd aan. (NB: In 2005 heeft een derde Islamitische organisatie ‘Samenwerkende Islamitische Koepel’ (SIK) zendtijd aangevraagd. Dit verzoek is afgewezen door het CvdM, omdat de stromingen het SIK bedient, volgens het commissariaat voldoende worden bediend door de CMO. Bron: Brief Commissariaat voor de Media, t.a.v. Vereniging Samenwerkende Islamitische Koepel, 14 juni 2005).
 
Het CvdM wil tot mei 2005 geen zendtijd toewijzen aan één van de koepels. Voor een goede afspiegeling van de moslimgemeenschap zijn beide organisaties van belang, aldus het commissariaat. De NMO vertegenwoordigt een aantal kleinere stromingen binnen de islam en de NIO heeft een grotere achterban. Daarom dringt het commissariaat aan op een samenwerking. Omdat beide partijen geen samenwerking tot stand weten te brengen, wordt in april 2005 besloten de zendtijd voor de islam te verdelen tussen de NMR en het CMO.

Samenwerking
Begin 2007 beslist de Raad van State echter dat het commissariaat zich aan de eigen beleidsregels moet houden en de beschikbare zendtijd slechts aan één moslimorganisatie kan toekennen. Het CvdM (2007a) besluit daarop dat de NMR en het CMO voor 20 oktober 2007 tot een zodanige vorm van samenwerking dienen te komen dat de zendtijd ten behoeve van de islam aan één organisatie kan worden toegewezen. Wanneer dat niet lukt, bestaat het risico dat de zendtijd niet meer wordt toegewezen. Dit lukt uiteindelijk. Op 25 september 2007 verschijnt er een persbericht vanuit NMR/CMO met de mededeling dat de NMR en het CMO overeenstemming hebben bereikt over de samenwerking. Stichting Islam & Burgerschap en het Commissariaat voor de Media hebben een ‘stimulerende rol gespeeld bij de totstandkoming van de overeenkomst’, stellen NMR en CMO (Broadcast Magazine, 2007).

Discussie: Een greep uit nieuwsberichten over discussies binnen de islamitische omroepen
Niet alleen de samenwerkingsproblemen hebben voor discussie gezorgd. Het blijkt dat er al sinds de oprichting van de IOS problemen zijn binnen en tussen de islamitische omroeporganisaties. Hieronder doen we een greep uit de nieuwsberichten van de afgelopen jaren en wordt er een beeld geschetst van de verschillende discussies die zijn gevoerd.

In juli 1997 kopte een artikel in NRC Handelsblad: ‘De strijd om de islamitische televisie’. Volgens het artikel waren er al problemen rond de islamitische omroep sinds de oprichting van de IOS in 1986. Toen ontstond ruzie over de zetelverdeling: welke nationaliteit had recht op de meeste zetels? Daarnaast bestond er onenigheid tussen de verschillende religieuze stromingen over de identiteit van de omroep. W.A. Shadid (hoogleraar interculturele communicatie aan de Universiteit van Tilburg) gaf in het artikel zijn mening hierover. Volgens hem ligt de oorzaak van de problemen vooral bij de verschillende opvattingen over de relatie van de islam tot moderniteit en de verschillende etnische achtergronden. Dit alles wakkert persoonlijke conflicten aan en heeft als gevolg dat deelbelangen boven het algemene belang worden gesteld.  

In 2005 laaide een discussie op tussen de islamitische organisaties, omdat de CMO zendtijd aanvroeg en kreeg toegewezen. Dat betekende dat de NMO zijn zendtijd met de NIO moest delen. De twee kampen bekritiseren elkaar over de invulling van elkaars programmering en de al dan niet representatieve vertegenwoordiging van de verschillende stromingen binnen de islam. Bij de oprichting van de NIO doen negatieve geluiden over de omroep de ronde. Er wordt een conservatief beeld geschetst (Het Financieele Dagblad, 2005) en de omroep zou niet samen willen werken met kleinere en vrijere geloofsovertuigingen (Contrast, 2005). 

Het CMO trekt de representativiteit van de NMR in twijfel en vindt de omroep te weinig islamitisch (Volkskrant, 2005). Daarnaast zou de NMO te veel in dienst staan van de Nederlandse staat, te veel gericht zijn op vermaak en te veel programma’s aankopen. Hierdoor zou het te weinig representatief zijn voor de grote stromingen binnen de islam in Nederland en wordt er in de programma’s te weinig aandacht besteed aan religie (Contrast, 2005). De toenmalige directeur van het NMO Frank William spreekt zijn zorg uit over de komst van de NIO. Volgens hem zal het moslimfundamentalisme zijn intrede doen op de Nederlandse televisie met de komst van de NIO en is het CMO vatbaar voor buitenlandse invloeden (Volkskrant, 2005). De NIO zou zelfs 'ultra-orthodox' zijn. William suggereert zelfs dat er sprake is van belangenverstrengeling, omdat de heer Örgü VVD-kamerlid is en lid van het CMO (Contrast, 2005). 

Natuurlijk spreken beide omroepen elkaars kritiek tegen. Beide beweren rekening te houden met de verschillende stromingen binnen de islam en een divers en evenwichtig beeld te schetsen van deze verschillende islamitische stromingen.

Frank William
In 2007 laaide niet alleen de discussie over de samenwerking tussen de NMO en de NIO zich op. Ook de discussie rond de omstreden (inmiddels ex-)directeur van de NMO Frank William was (weer) in het nieuws. Al in januari 2005 verschijnt in De Groene Amsterdammer een artikel over de perikelen binnen de NMO en directeur Frank William die een autoritaire directeur en volgens de achterban een té liberale moslim zou zijn. In juli 2007 gaat het over het ontslag van directeur Frank William. William eist met een kort geding zijn baan terug. In dit geding wordt een reeks van incidenten met William aangehaald (Publieke Omroep). 

Na bemoeienis van verschillende instanties is er na jaren van discussie en onenigheid in oktober 2007 toch een fusie tussen de NMO en de NIO tot stand gekomen. Maar deze samenwerking blijkt van korte duur. Er volgt een periode van bestuurlijke wanorde en rechtszaken (onder andere tegen NOVA die in een uitzending beweerde dat de het bestuur van de NMO volledig in handen is van conservatieve moslims).

Einde NMO en NIO
Begin oktober 2009 maken de programmaleiders Abderrahman Farsi (NMO) en Mustafa Aarab (NIO) bekend geen uitzendvergunning meer aan te vragen voor de periode september 2010 tot december 2015 bij het Commissariaat voor de Media. De aanhoudende bestuurlijke problemen binnen de Stichting Verzorging Islamitische Zendtijd (SVIZ) hebben de twee omroepen de das om gedaan. Al eerder in augustus moest het hele bestuur van de SVIZ aftreden op verzoek van het Commissariaat, wegens wanbeleid en interne ruzies. Het oude bestuur moest plaatsmaken voor nieuwe, onafhankelijke bestuursleden, maar zover is het dus nooit gekomen. “Per 31 augustus 2010 doe ik hier de deur op slot”, aldus Aarab (Parool, 2009).


Vijf nieuwe aanvragen
Het Commissariaat voor de Media heeft vijf nieuwe aanvragen ontvangen van islamitische organisaties die in aanmerking willen komen voor de vrijkomende zendtijd. Slechts één daarvan wordt toegelaten. Eén van de organisaties die een aanvraag heeft gedaan is de Stichting Moslim Omroep Nederland (MON), een initiatief van een aantal Marokkaanse en Surinaamse islamitische organisaties. Trekker is Radi Suudi, de man die eerst met omroep Zenit publieke zendtijd hoopte te bemachtigen. Zenit heeft het niet gered, maar met de MON hoopt Suudi weer de basis te kunnen leggen voor een nieuwe ledenomroep. Volgens Suudi lijkt MON in essentie op Zenit: “We willen de pluriformiteit van de Nederlandse samenleving laten zien als tegengeluid voor het monoculturele beeld dat andere partijen voor ogen hebben”, aldus Suudi in de Volkskrant van 8 oktober 2009. De omroep wil niet alleen programma’s over religie maken, maar ook over maatschappelijke en culturele ontwikkelingen vanuit het perspectief van moslims. 

Een andere gegadigde voor de vrijgekomen zendtijd is de Stichting Academica Islamica/OUMA van initiatiefnemer Mohammed Cheppih. Op de website van de Omroep Universele Moslim Associatie (OUMA) valt te lezen dat OUMA een omroep wil die ‘aansluit bij de beleving van de nieuwe generatie moslims, die geboren en getogen zijn in Nederland. Een omroep die een bijdrage levert aan het verbeteren van de beeldvorming over de islam en moslims in Nederland, met programma’s waarin moslims zich herkennen, uiten en kritisch meedenken.’ 

Verder hebben de Stichting Moslimomroep, de Nederlandse Islamitische Media en de Stichting Samenwerking Islamitische Koepel een aanvraag gedaan bij het Commissariaat. De laatste heeft in 2005 ook een poging ondernomen om toegelaten te worden tot het publieke bestel, maar zonder resultaat. Het Commissariaat neemt voor 1 januari 2010 een besluit welke omroep voor de in totaal 65 uur televisie per jaar in aanmerking komt. 

Links

Nederlandse Moslim Omroep (NMO)
De NMO is sinds 1993 een werkstichting van de Nederlandse Moslim Raad (NMR). Via de NMO voorziet de NMR het Nederlandse publiek van informatie over de islam en moslims in Nederland.
www.nmo.nl 

Nederlands Islamitische Omroep (NIO)
De NIO is in april 2005 in het leven geroepen om de van zendtijd voor het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) te verzorgen.
www.nioweb.nl  

OUMA
Omroep Universele Moslim Associatie
www.wijsteunen.nl/ouma/ 

Academica Islamica
Academica Islamica wil een bijdrage leveren aan de vraag naar en behoefte aan betrouwbare informatie en kennis over de islam en moslims.
www.cheppih.nl 

Commissariaat voor de Media (CvdM)
Het Commissariaat ziet toe op de naleving van de Mediawet en de daarop gebaseerde regels. Om regels te kunnen naleven, moeten ze eerst bekend zijn. Een taak van het Commissariaat is dan ook informatievoorziening. Daarnaast houdt het Commissariaat toezicht op het naleven van de regels. Ook wijst het CvdM zendtijd toe aan publieke en commerciële omroepinstellingen. Ontwikkelingen op het gebied van beleid, regelgeving, zendtijdverdeling, etc. zijn te vinden op de site van het CvdM.
www.cvdm.nl 

Bronnen

BNR Nieuwsradio (14 augustus 2007). Nieuwe omroep voor moslims in de maak.
www.bnr.nl, geraadpleegd op 15 augustus 2007

Breimer, J. (1995). Dertig jaar minderhedenprogramma’s. In: Wal, G. van der. (1995). Gemengde berichten. De dilemma’s van de omroep in een plurale samenleving. Congresbundel voor de NPS studiedag op 19 januari 1995. Uitgave: Nederlandse Programma Stichting p.33-38

Broadcast Magazine (2007). NIO en NMO samen in nieuwe stichting. www.broadcastmagazine.nl, geraadpleegd op 26 september 2007   

Commissariaat voor de Media (2007a). Commissariaat verplicht moslimorganisaties tot samenwerking. Persbericht 19 april 2007

Commissariaat voor de Media (2007b). Commissariaat wijst moslimzendtijd toe aan SVIZ. Persbericht 4 oktober 2007

Contrast (2005).Verdeelde zendtijd voor moslims is gelijk aan verdeeldheid onder moslims. Door: Samar Hadad. 16 september 2005.

De Groene Amsterdammer (28 januari 2005) ‘Even geduld a.u.b.’ Door: Tatiana Scheltema

De Volkskrant (8 oktober 2009). ‘MON gaat niet alleen over religie’. Door: Christjan Knijff

Heelsum, A. Van, Fennema, M. & Tillie, J. (2004). Moslim in Nederland. Deel E: Islamitische organisaties in Nederland. Den Haag: SCP. 

Het Financiele Dagblad (3 september 2005). Alleen betrokken om te ontwikkelen. In: Omroep in de pers. 4 t/m 10 september 2005. Nr. 172

Parool (6 oktober 2009). Moslimomroepen heffen zichzelf op (ANP bericht). 

Publieke Omroep (2005). Nederlandse Moslimomroep. Een moslim behoort de waarom-vraag niet te stellen. Door: Willem Pekelder. VPRO Gids 12 november 2005. In: Omroep in de pers. Achtergronden. 6 t/m 12 november 2005. Nr. 217 t/m 221. 

Spreekbuis 13 oktober 2006. ‘NMO draagt wezenlijk bij aan een klimaat van openheid’. door: Bas Nieuwenhuijsen 

Spreekbuis 27 april 2007. ‘Voor de medewerkers van NMO en NIO moet er snel duidelijkheid komen’. Door: Bas Nieuwenhuijsen

Trouw (20 juli 2007). Moslimomroep wil directeur na slepende ruzie niet terug. In: Omroep in de pers 20 juli 2007. Nr. 139  

Schothorst, Y. & Bronner, F. (1995). Mediagebruik van Minderheden (onderzoek 1980-1992). In: Wal, G. van der. (1995). Gemengde berichten. De dilemma’s van de omroep in een plurale samenleving. Congresbundel voor de NPS studiedag op 19 januari 1995. Uitgave: Nederlandse Programma Stichting p. 41-64

CMO Contactorgaan Moslims en Overheid www.cmoweb.nl, geraadpleegd op 6 september 2007

NIO Nederlands Islamitische Omroep www.nioweb.nl, geraadpleegd op 29 augustus 2007 

Publieke Omroep www.publiekeomroep.nl, geraadpleegd op 29 augustus 2007

OUMA, www.wijsteunen.nl/ouma/, geraadpleegd op 8 oktober 2009 

Deze uitgave van Mira Media is met de grootst mogelijke zorg samengesteld.  Mira Media kan echter niet volledig instaan voor de (wetenschappelijke) juistheid ervan en neemt derhalve geen  verantwoordelijkheid voor mogelijke fouten. Deze uitgave of delen ervan mogen vrijelijk worden verspreid met bronvermelding. Bij verspreiding van de gegevens stellen wij het op prijs hiervan op de hoogte te worden gesteld.

• Recente artikelen

exPonto
Download nu gratis ex Ponto Magazine. www.exponto.nl
exPonto
De site voor vluchtelingen die willen deelnemen aan het publieke debat, of de berichtgeving in de media willen beïnvloeden. www.vluchtelingen.net

Perslink

Gebruikersnaam
Wachtwoord